Efeziërs · 2

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Et vos, cum essetis mortui delictis et peccatis vestris,

Nederlands

En u, hoewel u dood was door uw overtredingen en zonden,

2
Latijn

in quibus aliquando ambulastis secundum sæculum mundi hujus, secundum principem potestatis aëris hujus, spiritus, qui nunc operatur in filios diffidentiæ,

Nederlands

waarin u vroeger gewandeld hebt naar de loop van deze wereld, naar de vorst van de macht van de lucht, de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid,

3
Latijn

in quibus et nos omnes aliquando conversati sumus in desideriis carnis nostræ, facientes voluntatem carnis et cogitationum, et eramus natura filii iræ, sicut et ceteri :

Nederlands

waarin ook wij allen vroeger ons leven geleid hebben in de begeerten van ons vlees, doende de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature kinderen van de toorn, zoals ook de anderen;

4
Latijn

Deus autem, qui dives est in misericordia, propter nimiam caritatem suam, qua dilexit nos,

Nederlands

maar God, die rijk is in barmhartigheid, vanwege zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad,

5
Latijn

et cum essemus mortui peccatis, convivificavit nos in Christo (cujus gratia estis salvati),

Nederlands

heeft ons, ook toen wij dood waren door de zonden, mede levend gemaakt met Christus – door genade bent u gered –

6
Latijn

et conresuscitavit, et consedere fecit in cælestibus in Christo Jesu :

Nederlands

en heeft ons mede opgewekt en mede doen zitten in de hemelse gewesten in Christus Jezus,

7
Latijn

ut ostenderet in sæculis supervenientibus abundantes divitias gratiæ suæ, in bonitate super nos in Christo Jesu.

Nederlands

om in de komende eeuwen de overvloedige rijkdom van zijn genade te tonen, in goedheid over ons in Christus Jezus.

8
Latijn

Gratia enim estis salvati per fidem, et hoc non ex vobis : Dei enim donum est :

Nederlands

Want door genade bent u gered, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God;

9
Latijn

non ex operibus, ut ne quis glorietur.

Nederlands

niet uit werken, opdat niemand zou roemen.

10
Latijn

Ipsius enim sumus factura, creati in Christo Jesu in operibus bonis, quæ præparavit Deus ut in illis ambulemus.

Nederlands

Want wij zijn zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

11
Latijn

Propter quod memores estote quod aliquando vos gentes in carne, qui dicimini præputium ab ea quæ dicitur circumcisio in carne, manu facta :

Nederlands

Daarom, gedenk dat u vroeger heidenen was in het vlees, die genoemd worden ‘voorhuid’ door hen die genoemd worden ‘besnijdenis’ in het vlees, met handen gemaakt:

12
Latijn

quia eratis illo in tempore sine Christo, alienati a conversatione Israël, et hospites testamentorum, promissionis spem non habentes, et sine Deo in hoc mundo.

Nederlands

dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël, en vreemdelingen van de verbonden van de belofte, zonder hoop en zonder God in deze wereld.

13
Latijn

Nunc autem in Christo Jesu, vos, qui aliquando eratis longe, facti estis prope in sanguine Christi.

Nederlands

Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die vroeger ver weg was, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

14
Latijn

Ipse enim est pax nostra, qui fecit utraque unum, et medium parietem maceriæ solvens, inimicitias in carne sua,

Nederlands

Want Hij is onze vrede, die beiden één gemaakt heeft, en de middelste muur van de scheiding heeft afgebroken, de vijandschap, in zijn vlees,

15
Latijn

legem mandatorum decretis evacuans, ut duos condat in semetipso in unum novum hominem, faciens pacem :

Nederlands

de wet van de geboden in inzettingen ontkrachtend, opdat Hij de twee in zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen, vrede makend,

16
Latijn

et reconciliet ambos in uno corpore, Deo per crucem, interficiens inimicitias in semetipso.

Nederlands

en beide in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, de vijandschap in zichzelf dodend.

17
Latijn

Et veniens evangelizavit pacem vobis, qui longe fuistis, et pacem iis, qui prope.

Nederlands

En Hij kwam en verkondigde vrede aan u, die ver weg was, en vrede aan hen die dichtbij waren.

18
Latijn

Quoniam per ipsum habemus accessum ambo in uno Spiritu ad Patrem.

Nederlands

Want door Hem hebben wij beiden de toegang in één Geest tot de Vader.

19
Latijn

Ergo jam non estis hospites, et advenæ : sed estis cives sanctorum, et domestici Dei,

Nederlands

Dus bent u nu geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God,

20
Latijn

superædificati super fundamentum apostolorum, et prophetarum, ipso summo angulari lapide Christo Jesu :

Nederlands

gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is,

21
Latijn

in quo omnis ædificatio constructa crescit in templum sanctum in Domino,

Nederlands

in wie het hele gebouw, samengevoegd, opgroeit tot een heilige tempel in de Heer,

22
Latijn

in quo et vos coædificamini in habitaculum Dei in Spiritu.

Nederlands

in wie ook u mede gebouwd wordt tot een woonplaats van God in de Geest.