2 Tessalonicenzen · 2

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Rogamus autem vos, fratres, per adventum Domini nostri Jesu Christi, et nostræ congregationis in ipsum :

Nederlands

Wij vragen u echter, broeders, bij de komst van onze Heer Jezus Christus en onze vereniging met Hem:

2
Latijn

ut non cito moveamini a vestro sensu, neque terreamini, neque per spiritum, neque per sermonem, neque per epistolam tamquam per nos missam, quasi instet dies Domini.

Nederlands

dat u niet snel wordt bewogen van uw overtuiging, noch wordt verschrikt, noch door een geest, noch door een woord, noch door een brief alsof die van ons afkomstig is, alsof de dag van de Heer nabij is.

3
Latijn

Ne quis vos seducat ullo modo : quoniam nisi venerit discessio primum, et revelatus fuerit homo peccati filius perditionis,

Nederlands

Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden: want eerst moet de afval komen en de mens van de zonde, de zoon van het verderf, geopenbaard worden,

4
Latijn

qui adversatur, et extollitur supra omne, quod dicitur Deus, aut quod colitur, ita ut in templo Dei sedeat ostendens se tamquam sit Deus.

Nederlands

die zich verzet en zich verheft boven alles wat God genoemd wordt of wat vereerd wordt, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf voordoet alsof hij God is.

5
Latijn

Non retinetis quod cum adhuc essem apud vos, hæc dicebam vobis ?

Nederlands

Herinnert u zich niet dat ik, toen ik nog bij u was, dit aan u zei?

6
Latijn

et nunc quid detineat scitis, ut reveletur in suo tempore.

Nederlands

En u weet wat hem nu tegenhoudt, zodat hij op zijn tijd geopenbaard wordt.

7
Latijn

Nam mysterium jam operatur iniquitatis : tantum ut qui tenet nunc, teneat, donec de medio fiat.

Nederlands

Want het geheimenis van de ongerechtigheid is al werkzaam; alleen: wie het nu tegenhoudt, moet het tegenhouden, totdat hij uit het midden wordt weggenomen.

8
Latijn

Et tunc revelabitur ille iniquus, quem Dominus Jesus interficiet spiritu oris sui, et destruet illustratione adventus sui eum :

Nederlands

En dan zal de goddeloze geopenbaard worden, die de Heer Jezus zal doden met de adem van zijn mond en te niet zal doen door de verschijning van zijn komst:

9
Latijn

cujus est adventus secundum operationem Satanæ in omni virtute, et signis, et prodigiis mendacibus,

Nederlands

hem, wiens komst is naar de werking van Satan, in alle kracht, en tekenen en bedrieglijke wonderen,

10
Latijn

et in omni seductione iniquitatis iis qui pereunt : eo quod caritatem veritatis non receperunt ut salvi fierent.

Nederlands

en in alle verleiding van ongerechtigheid voor hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen om gered te worden.

11
Latijn

Ideo mittet illis Deus operationem erroris ut credant mendacio,

Nederlands

Daarom zal God hun een kracht van dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven,

12
Latijn

ut judicentur omnes qui non crediderunt veritati, sed consenserunt iniquitati.

Nederlands

opdat allen geoordeeld worden die de waarheid niet hebben geloofd, maar wel hebben ingestemd met de ongerechtigheid.

13
Latijn

Nos autem debemus gratias agere Deo semper pro vobis, fratres dilecti a Deo, quod elegerit vos Deus primitias in salutem in sanctificatione spiritus, et in fide veritatis :

Nederlands

Wij echter moeten God altijd danken voor u, broeders, door God bemind, dat God u als eerstelingen heeft uitgekozen tot heil, in heiliging van de Geest en in geloof van de waarheid:

14
Latijn

in qua et vocavit vos per Evangelium nostrum in acquisitionem gloriæ Domini nostri Jesu Christi.

Nederlands

waartoe Hij u ook geroepen heeft door ons Evangelie, tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus.

15
Latijn

Itaque fratres, state : et tenete traditiones, quas didicistis, sive per sermonem, sive per epistolam nostram.

Nederlands

Daarom, broeders, sta vast en houd de overleveringen die u geleerd hebt, hetzij door een woord, hetzij door onze brief.

16
Latijn

Ipse autem Dominus noster Jesus Christus, et Deus et Pater noster, qui dilexit nos, et dedit consolationem æternam, et spem bonam in gratia,

Nederlands

Hijzelf echter, onze Heer Jezus Christus, en God, onze Vader, die ons heeft liefgehad en ons eeuwige troost en goede hoop in genade heeft gegeven,

17
Latijn

exhortetur corda vestra, et confirmet in omni opere et sermone bono.

Nederlands

trooste uw harten en versterke u in elk goed werk en goed woord.