Exodus · 38

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Fecit et altare holocausti de lignis setim, quinque cubitorum per quadrum, et trium in altitudine :

Nederlands

Hij maakte ook het brandofferaltaar van acaciahout, vijf el in het vierkant, en drie el hoog;

2
Latijn

cujus cornua de angulis procedebant, operuitque illum laminis æneis.

Nederlands

waarvan de hoornen uit de hoeken voortkwamen, en hij bekleedde het met bronzen platen.

3
Latijn

Et in usus ejus paravit ex ære vasa diversa, lebetes, forcipes, fuscinulas, uncinos, et ignium receptacula.

Nederlands

En voor het gebruik daarvan maakte hij uit brons verschillende vaten: ketels, tangen, kleine scheppen, haken en vuurpannen.

4
Latijn

Craticulamque ejus in modum retis fecit æneam, et subter eam in altaris medio arulam,

Nederlands

Ook maakte hij het rooster ervan in de vorm van een net, van brons, en daaronder, in het midden van het altaar, een klein altaartje,

5
Latijn

fusis quatuor annulis per totidem retiaculi summitates, ad immittendos vectes ad portandum :

Nederlands

met vier ringen gegoten aan de vier uiteinden van het netwerk, om er draagbomen door te steken om het te dragen;

6
Latijn

quos et ipsos fecit de lignis setim, et operuit laminis æneis :

Nederlands

die hij ook zelf maakte van acaciahout en met bronzen platen bekleedde;

7
Latijn

induxitque in circulos, qui in lateribus altaris eminebant. Ipsum autem altare non erat solidum, sed cavum ex tabulis, et intus vacuum.

Nederlands

en hij stak ze in de ringen die aan de zijkanten van het altaar uitstaken. Het altaar zelf was echter niet massief, maar hol uit planken, en van binnen leeg.

8
Latijn

Fecit et labrum æneum cum basi sua de speculis mulierum, quæ excubabant in ostio tabernaculi.

Nederlands

Hij maakte ook het bronzen wasbekken met zijn voetstuk, van de spiegels van de vrouwen die dienst deden aan de ingang van de tent van de samenkomst.

9
Latijn

Fecit et atrium, in cujus australi plaga erant tentoria de bysso retorta, cubitorum centum,

Nederlands

Hij maakte ook de voorhof; aan de zuidkant daarvan waren er gordijnen van getwijnd fijn linnen, honderd el lang,

10
Latijn

columnæ æneæ viginti cum basibus suis, capita columnarum, et tota operis cælatura, argentea.

Nederlands

twintig bronzen zuilen met hun voetstukken; de kapitelen van de zuilen en al het beeldhouwwerk waren van zilver.

11
Latijn

Æque ad septentrionalem plagam tentoria columnæ, basesque et capita columnarum ejusdem mensuræ, et operis ac metalli, erant.

Nederlands

Evenzo waren er aan de noordkant gordijnen, zuilen, voetstukken en kapitelen van de zuilen van dezelfde maat, en van hetzelfde werk en metaal.

12
Latijn

In ea vero plaga, quæ ad occidentem respicit, fuerunt tentoria cubitorum quinquaginta, columnæ decem cum basibus suis æneæ, et capita columnarum, et tota operis cælatura, argentea.

Nederlands

Aan de kant die naar het westen kijkt, waren er gordijnen van vijftig el, tien zuilen met hun bronzen voetstukken, en de kapitelen van de zuilen en al het beeldhouwwerk waren van zilver.

13
Latijn

Porro contra orientem quinquaginta cubitorum paravit tentoria :

Nederlands

Verder richtte hij tegen het oosten gordijnen op van vijftig el;

14
Latijn

e quibus, quindecim cubitos columnarum trium, cum basibus suis, unum tenebat latus :

Nederlands

waarvan vijftien el, met drie zuilen en hun voetstukken, de ene zijde vormden;

15
Latijn

et in parte altera (quia inter utraque introitum tabernaculi fecit) quindecim æque cubitorum erant tentoria, columnæque tres, et bases totidem.

Nederlands

en aan de andere kant (omdat hij tussen beide de ingang van de tent maakte) waren er eveneens vijftien el gordijnen, drie zuilen en evenveel voetstukken.

16
Latijn

Cuncta atrii tentoria byssus retorta texuerat.

Nederlands

Al de gordijnen van de voorhof had men van getwijnd fijn linnen geweven.

17
Latijn

Bases columnarum fuere æneæ, capita autem earum cum cunctis cælaturis suis argentea : sed et ipsas columnas atrii vestivit argento.

Nederlands

De voetstukken van de zuilen waren van brons, maar hun kapitelen met al hun beeldhouwwerk waren van zilver; en ook de zuilen zelf van de voorhof bekleedde hij met zilver.

18
Latijn

Et in introitu ejus opere plumario fecit tentorium ex hyacintho, purpura, vermiculo, ac bysso retorta, quod habebat viginti cubitos in longitudine, altitudo vero quinque cubitorum erat juxta mensuram, quam cuncta atrii tentoria habebant.

Nederlands

En aan de ingang daarvan maakte hij, in borduurwerk, een gordijn van violet, purper, scharlaken en getwijnd fijn linnen, dat twintig el lang was; de hoogte was vijf el, overeenkomstig de maat die al de gordijnen van de voorhof hadden.

19
Latijn

Columnæ autem in ingressu fuere quatuor cum basibus æneis, capitaque earum et cælaturæ argenteæ.

Nederlands

De zuilen aan de ingang waren vier, met bronzen voetstukken, en hun kapitelen en beeldhouwwerk waren van zilver.

20
Latijn

Paxillos quoque tabernaculi et atrii per gyrum fecit æneos.

Nederlands

Ook de pinnen van de tent en van de voorhof rondom maakte hij van brons.

21
Latijn

Hæc sunt instrumenta tabernaculi testimonii, quæ enumerata sunt juxta præceptum Moysi in cæremoniis Levitarum per manum Ithamar filii Aaron sacerdotis :

Nederlands

Dit zijn de gereedschappen van de tent van de getuigenis, die opgeteld zijn volgens het bevel van Mozes, voor de dienst van de Levieten, door de hand van Itamar, de zoon van de priester Aäron;

22
Latijn

quæ Beseleel filius Uri filii Hur de tribu Juda, Domino per Moysen jubente, compleverat,

Nederlands

die Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda, op bevel van de Heer door Mozes, voltooid had,

23
Latijn

juncto sibi socio Ooliab filio Achisamech de tribu Dan : qui et ipse artifex lignorum egregius fuit, et polymitarius atque plumarius ex hyacintho, purpura, vermiculo et bysso.

Nederlands

met als metgezel Oholiab, de zoon van Achisamach, uit de stam Dan, die zelf ook een voortreffelijk houtbewerker was, en een wever en borduurder in violet, purper, scharlaken en fijn linnen.

24
Latijn

Omne aurum quod expensum est in opere sanctuarii, et quod oblatum est in donariis, viginti novem talentorum fuit, et septingentorum triginta siclorum ad mensuram sanctuarii.

Nederlands

Al het goud dat besteed is aan het werk van het heiligdom, en dat geofferd is als gave, was negenentwintig talenten en zevenhonderd dertig sikkels, naar de sikkel van het heiligdom.

25
Latijn

Oblatum est autem ab his qui transierunt ad numerum a viginti annis et supra, de sexcentis tribus millibus et quingentis quinquaginta armatorum.

Nederlands

Geofferd is het echter door hen die overgingen tot de telling, van twintig jaar en daarboven, van zeshonderddrieduizend vijfhonderdvijftig gewapende mannen.

26
Latijn

Fuerunt præterea centum talenta argenti e quibus conflatæ sunt bases sanctuarii, et introitus, ubi velum pendet.

Nederlands

Er waren bovendien honderd talenten zilver, waaruit de voetstukken van het heiligdom en van de ingang, waar het voorhangsel hangt, gegoten zijn.

27
Latijn

Centum bases factæ sunt de talentis centum, singulis talentis per bases singulas supputatis.

Nederlands

Honderd voetstukken zijn gemaakt van honderd talenten, één talent per voetstuk gerekend.

28
Latijn

De mille autem septingentis et septuaginta quinque, fecit capita columnarum, quas et ipsas vestivit argento.

Nederlands

Van de duizend zevenhonderd vijfenzeventig echter maakte hij de kapitelen van de zuilen, die hij ook zelf met zilver bekleedde.

29
Latijn

Æris quoque oblata sunt talenta septuaginta duo millia, et quadringenti supra sicli,

Nederlands

Ook aan brons is geofferd tweeënzeventigduizend talenten en vierhonderd sikkels daarboven,

30
Latijn

ex quibus fusæ sunt bases in introitu tabernaculi testimonii, et altare æneum cum craticula sua, omniaque vasa quæ ad usum ejus pertinent,

Nederlands

waaruit gegoten zijn de voetstukken aan de ingang van de tent van de getuigenis, en het bronzen altaar met zijn rooster, en al de vaten die tot het gebruik daarvan behoren,

31
Latijn

et bases atrii tam in circuitu quam in ingressu ejus, et paxilli tabernaculi atque atrii per gyrum.

Nederlands

en de voetstukken van de voorhof, zowel rondom als aan de ingang ervan, en de pinnen van de tent en van de voorhof rondom.