Matteüs · 5

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Videns autem Jesus turbas, ascendit in montem, et cum sedisset, accesserunt ad eum discipuli ejus,

Nederlands

Toen Jezus de menigten zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij was gaan zitten, kwamen zijn leerlingen naar Hem toe,

2
Latijn

et aperiens os suum docebat eos dicens :

Nederlands

en Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende:

3
Latijn

Beati pauperes spiritu : quoniam ipsorum est regnum cælorum.

Nederlands

Zalig de armen van geest, want van hen is het koninkrijk der hemelen.

4
Latijn

Beati mites : quoniam ipsi possidebunt terram.

Nederlands

Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

5
Latijn

Beati qui lugent : quoniam ipsi consolabuntur.

Nederlands

Zalig die treuren, want zij zullen getroost worden.

6
Latijn

Beati qui esuriunt et sitiunt justitiam : quoniam ipsi saturabuntur.

Nederlands

Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

7
Latijn

Beati misericordes : quoniam ipsi misericordiam consequentur.

Nederlands

Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verkrijgen.

8
Latijn

Beati mundo corde : quoniam ipsi Deum videbunt.

Nederlands

Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.

9
Latijn

Beati pacifici : quoniam filii Dei vocabuntur.

Nederlands

Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

10
Latijn

Beati qui persecutionem patiuntur propter justitiam : quoniam ipsorum est regnum cælorum.

Nederlands

Zalig die vervolging lijden om de gerechtigheid, want van hen is het koninkrijk der hemelen.

11
Latijn

Beati estis cum maledixerint vobis, et persecuti vos fuerint, et dixerint omne malum adversum vos mentientes, propter me :

Nederlands

Zalig zijn jullie wanneer zij jullie uitschelden en vervolgen en, liegend, allerlei kwaad tegen jullie zeggen omwille van Mij:

12
Latijn

gaudete, et exsultate, quoniam merces vestra copiosa est in cælis. Sic enim persecuti sunt prophetas, qui fuerunt ante vos.

Nederlands

verheug je en juich, want jullie loon is groot in de hemelen. Zo immers hebben zij de profeten vervolgd die vóór jullie waren.

13
Latijn

Vos estis sal terræ. Quod si sal evanuerit, in quo salietur ? ad nihilum valet ultra, nisi ut mittatur foras, et conculcetur ab hominibus.

Nederlands

Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om buitengeworpen en door de mensen vertrapt te worden.

14
Latijn

Vos estis lux mundi. Non potest civitas abscondi supra montem posita,

Nederlands

Jullie zijn het licht van de wereld. Een stad kan niet verborgen blijven die boven op een berg ligt,

15
Latijn

neque accendunt lucernam, et ponunt eam sub modio, sed super candelabrum, ut luceat omnibus qui in domo sunt.

Nederlands

en men steekt geen lamp aan en zet die onder een korenmaat, maar op een kandelaar, zodat zij licht geeft aan allen die in het huis zijn.

16
Latijn

Sic luceat lux vestra coram hominibus : ut videant opera vestra bona, et glorificent Patrem vestrum, qui in cælis est.

Nederlands

Laat zo jullie licht schijnen voor de mensen, zodat zij jullie goede werken zien en jullie Vader verheerlijken, die in de hemelen is.

17
Latijn

Nolite putare quoniam veni solvere legem aut prophetas : non veni solvere, sed adimplere.

Nederlands

Denk niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten op te heffen: Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om te vervullen.

18
Latijn

Amen quippe dico vobis, donec transeat cælum et terra, jota unum aut unus apex non præteribit a lege, donec omnia fiant.

Nederlands

Voorwaar, Ik zeg jullie: totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de wet voorbijgaan, totdat alles gebeurt.

19
Latijn

Qui ergo solverit unum de mandatis istis minimis, et docuerit sic homines, minimus vocabitur in regno cælorum : qui autem fecerit et docuerit, hic magnus vocabitur in regno cælorum.

Nederlands

Wie dus één van deze kleinste geboden opheft en de mensen zo leert, zal de kleinste genoemd worden in het koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en leert, die zal groot genoemd worden in het koninkrijk der hemelen.

20
Latijn

Dico enim vobis, quia nisi abundaverit justitia vestra plus quam scribarum et pharisæorum, non intrabitis in regnum cælorum.

Nederlands

Want Ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en farizeeën, zul je het koninkrijk der hemelen niet binnengaan.

21
Latijn

Audistis quia dictum est antiquis : Non occides : qui autem occiderit, reus erit judicio.

Nederlands

Jullie hebben gehoord dat tegen de ouden gezegd is: U zult niet doden; wie echter doodt, zal schuldig zijn aan het oordeel.

22
Latijn

Ego autem dico vobis : quia omnis qui irascitur fratri suo, reus erit judicio. Qui autem dixerit fratri suo, raca : reus erit concilio. Qui autem dixerit, fatue : reus erit gehennæ ignis.

Nederlands

Maar Ik zeg jullie: ieder die kwaad is op zijn broeder, zal schuldig zijn aan het oordeel. Wie echter tegen zijn broeder zegt: raka, zal schuldig zijn aan de raad. Wie echter zegt: dwaas, zal schuldig zijn aan het hellevuur.

23
Latijn

Si ergo offers munus tuum ad altare, et ibi recordatus fueris quia frater tuus habet aliquid adversum te :

Nederlands

Als je dus je gave naar het altaar brengt en je daar herinnert dat je broeder iets tegen jou heeft,

24
Latijn

relinque ibi munus tuum ante altare, et vade prius reconciliari fratri tuo : et tunc veniens offeres munus tuum.

Nederlands

laat daar je gave voor het altaar achter en ga eerst heen om je met je broeder te verzoenen, en kom dan en breng je gave.

25
Latijn

Esto consentiens adversario tuo cito dum es in via cum eo : ne forte tradat te adversarius judici, et judex tradat te ministro : et in carcerem mittaris.

Nederlands

Wees het snel eens met je tegenpartij terwijl je met hem op weg bent, opdat de tegenpartij je niet aan de rechter overlevert, en de rechter je aan de dienaar overlevert, en je in de gevangenis geworpen wordt.

26
Latijn

Amen dico tibi, non exies inde, donec reddas novissimum quadrantem.

Nederlands

Voorwaar, Ik zeg je: je zult daar niet uitgaan, totdat je de laatste penning betaald hebt.

27
Latijn

Audistis quia dictum est antiquis : Non mœchaberis.

Nederlands

Jullie hebben gehoord dat tegen de ouden gezegd is: U zult niet echtbreken.

28
Latijn

Ego autem dico vobis : quia omnis qui viderit mulierem ad concupiscendum eam, jam mœchatus est eam in corde suo.

Nederlands

Maar Ik zeg jullie: ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft al echtbreuk met haar gepleegd in zijn hart.

29
Latijn

Quod si oculus tuus dexter scandalizat te, erue eum, et projice abs te : expedit enim tibi ut pereat unum membrorum tuorum, quam totum corpus tuum mittatur in gehennam.

Nederlands

Maar als je rechteroog je tot zonde verleidt, ruk het uit en werp het van je weg; want het is beter voor je dat één van je ledematen verloren gaat, dan dat je hele lichaam in de Gehenna geworpen wordt.

30
Latijn

Et si dextra manus tua scandalizat te, abscide eam, et projice abs te : expedit enim tibi ut pereat unum membrorum tuorum, quam totum corpus tuum eat in gehennam.

Nederlands

En als je rechterhand je tot zonde verleidt, hak haar af en werp haar van je weg; want het is beter voor je dat één van je ledematen verloren gaat, dan dat je hele lichaam naar de Gehenna gaat.

31
Latijn

Dictum est autem : Quicumque dimiserit uxorem suam, det ei libellum repudii.

Nederlands

Er is ook gezegd: Wie zijn vrouw wegzendt, moet haar een scheidingsbrief geven.

32
Latijn

Ego autem dico vobis : quia omnis qui dimiserit uxorem suam, excepta fornicationis causa, facit eam mœchari : et qui dimissam duxerit, adulterat.

Nederlands

Maar Ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw wegzendt, behalve om reden van ontucht, maakt dat zij echtbreekt; en wie een weggezondene trouwt, pleegt echtbreuk.

33
Latijn

Iterum audistis quia dictum est antiquis : Non perjurabis : reddes autem Domino juramenta tua.

Nederlands

Opnieuw hebben jullie gehoord dat tegen de ouden gezegd is: U zult niet vals zweren, maar u zult de Heer uw eden houden.

34
Latijn

Ego autem dico vobis, non jurare omnino, neque per cælum, quia thronus Dei est :

Nederlands

Maar Ik zeg jullie: helemaal niet te zweren, noch bij de hemel, want die is de troon van God;

35
Latijn

neque per terram, quia scabellum est pedum ejus : neque per Jerosolymam, quia civitas est magni regis :

Nederlands

noch bij de aarde, want die is de voetbank van zijn voeten; noch bij Jeruzalem, want die is de stad van de grote Koning;

36
Latijn

neque per caput tuum juraveris, quia non potes unum capillum album facere, aut nigrum.

Nederlands

noch zul je bij je hoofd zweren, want je kunt niet één haar wit of zwart maken.

37
Latijn

Sit autem sermo vester, est, est : non, non : quod autem his abundantius est, a malo est.

Nederlands

Laat echter jullie woord zijn: ja, ja; nee, nee; wat daarbovenuit gaat, is uit het kwade.

38
Latijn

Audistis quia dictum est : Oculum pro oculo, et dentem pro dente.

Nederlands

Jullie hebben gehoord dat gezegd is: Oog om oog en tand om tand.

39
Latijn

Ego autem dico vobis, non resistere malo : sed si quis te percusserit in dexteram maxillam tuam, præbe illi et alteram :

Nederlands

Maar Ik zeg jullie: het kwade niet te weerstaan; maar als iemand je op je rechterwang slaat, bied hem ook de andere aan;

40
Latijn

et ei, qui vult tecum judicio contendere, et tunicam tuam tollere, dimitte ei et pallium :

Nederlands

en wie met jou voor het gerecht wil twisten en je onderkleed wil nemen, laat hem ook de mantel;

41
Latijn

et quicumque te angariaverit mille passus, vade cum illo et alia duo.

Nederlands

en wie jou duizend passen dwingt, ga met hem ook twee andere.

42
Latijn

Qui petit a te, da ei : et volenti mutuari a te, ne avertaris.

Nederlands

Wie van je vraagt, geef hem; en wie van je wil lenen, keer je niet af.

43
Latijn

Audistis quia dictum est : Diliges proximum tuum, et odio habebis inimicum tuum.

Nederlands

Jullie hebben gehoord dat gezegd is: U zult uw naaste liefhebben en uw vijand haten.

44
Latijn

Ego autem dico vobis : diligite inimicos vestros, benefacite his qui oderunt vos, et orate pro persequentibus et calumniantibus vos :

Nederlands

Maar Ik zeg jullie: heb je vijanden lief, doe goed aan wie jullie haten, en bid voor wie jullie vervolgen en belasteren;

45
Latijn

ut sitis filii Patris vestri, qui in cælis est : qui solem suum oriri facit super bonos et malos : et pluit super justos et injustos.

Nederlands

opdat jullie kinderen zijn van jullie Vader, die in de hemelen is, die zijn zon laat opgaan over goede en kwade mensen en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

46
Latijn

Si enim diligitis eos qui vos diligunt, quam mercedem habebitis ? nonne et publicani hoc faciunt ?

Nederlands

Want als jullie liefhebben die jullie liefhebben, welk loon zullen jullie hebben? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?

47
Latijn

Et si salutaveritis fratres vestros tantum, quid amplius facitis ? nonne et ethnici hoc faciunt ?

Nederlands

En als jullie alleen jullie broeders groeten, wat doen jullie meer? Doen ook de heidenen niet hetzelfde?

48
Latijn

Estote ergo vos perfecti, sicut et Pater vester cælestis perfectus est.

Nederlands

Weest dan jullie volmaakt, zoals ook jullie hemelse Vader volmaakt is.