Romeinen · 8

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Nihil ergo nunc damnationis est iis qui sunt in Christo Jesu : qui non secundum carnem ambulant.

Nederlands

Er is dan nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn: die niet naar het vlees wandelen.

2
Latijn

Lex enim spiritus vitæ in Christo Jesu liberavit me a lege peccati et mortis.

Nederlands

Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood.

3
Latijn

Nam quod impossibile erat legi, in quo infirmabatur per carnem : Deus Filium suum mittens in similitudinem carnis peccati et de peccato, damnavit peccatum in carne,

Nederlands

Want wat voor de wet onmogelijk was, waarin zij zwak was door het vlees: God, zijn Zoon zendend in de gelijkenis van het vlees der zonde en omwille van de zonde, heeft de zonde veroordeeld in het vlees,

4
Latijn

ut justificatio legis impleretur in nobis, qui non secundum carnem ambulamus, sed secundum spiritum.

Nederlands

opdat de gerechtigheid van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

5
Latijn

Qui enim secundum carnem sunt, quæ carnis sunt, sapiunt : qui vero secundum spiritum sunt, quæ sunt spiritus, sentiunt.

Nederlands

Want wie naar het vlees zijn, bedenken wat van het vlees is; wie echter naar de Geest zijn, bedenken wat van de Geest is.

6
Latijn

Nam prudentia carnis, mors est : prudentia autem spiritus, vita et pax :

Nederlands

Want de gezindheid van het vlees is de dood; de gezindheid van de Geest echter is leven en vrede:

7
Latijn

quoniam sapientia carnis inimica est Deo : legi enim Dei non est subjecta, nec enim potest.

Nederlands

omdat de wijsheid van het vlees vijandig is aan God; want zij is niet onderworpen aan de wet van God, en zij kan het ook niet.

8
Latijn

Qui autem in carne sunt, Deo placere non possunt.

Nederlands

Wie echter in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.

9
Latijn

Vos autem in carne non estis, sed in spiritu : si tamen Spiritus Dei habitat in vobis. Si quis autem Spiritum Christi non habet, hic non est ejus.

Nederlands

Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, als althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem.

10
Latijn

Si autem Christus in vobis est, corpus quidem mortuum est propter peccatum, spiritus vero vivit propter justificationem.

Nederlands

Maar als Christus in u is, is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest leeft vanwege de gerechtigheid.

11
Latijn

Quod si Spiritus ejus, qui suscitavit Jesum a mortuis, habitat in vobis : qui suscitavit Jesum Christum a mortuis, vivificabit et mortalia corpora vestra, propter inhabitantem Spiritum ejus in vobis.

Nederlands

En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus uit de doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, vanwege zijn Geest die in u woont.

12
Latijn

Ergo fratres, debitores sumus non carni, ut secundum carnem vivamus.

Nederlands

Dus, broeders, wij zijn niet verplicht aan het vlees om naar het vlees te leven.

13
Latijn

Si enim secundum carnem vixeritis, moriemini : si autem spiritu facta carnis mortificaveritis, vivetis.

Nederlands

Want als u naar het vlees leeft, zult u sterven; maar als u door de Geest de daden van het vlees doodt, zult u leven.

14
Latijn

Quicumque enim Spiritu Dei aguntur, ii sunt filii Dei.

Nederlands

Want wie door de Geest van God worden geleid, die zijn kinderen van God.

15
Latijn

Non enim accepistis spiritum servitutis iterum in timore, sed accepistis spiritum adoptionis filiorum, in quo clamamus : Abba (Pater).

Nederlands

Want u hebt niet de geest van slavernij ontvangen, weer in vrees, maar u hebt de geest van de aanneming tot kinderen ontvangen, in wie wij roepen: Abba (Vader).

16
Latijn

Ipse enim Spiritus testimonium reddit spiritui nostro quod sumus filii Dei.

Nederlands

Want de Geest zelf getuigt aan onze geest dat wij kinderen van God zijn.

17
Latijn

Si autem filii, et hæredes : hæredes, quidem Dei, cohæredes autem Christi : si tamen compatimur ut et conglorificemur.

Nederlands

En als wij kinderen zijn, dan ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; als wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

18
Latijn

Existimo enim quod non sunt condignæ passiones hujus temporis ad futuram gloriam, quæ revelabitur in nobis.

Nederlands

Want ik acht dat het lijden van deze tijd niet waardig is om te vergelijken met de toekomstige heerlijkheid die in ons geopenbaard zal worden.

19
Latijn

Nam exspectatio creaturæ revelationem filiorum Dei exspectat.

Nederlands

Want de verwachting van de schepping wacht op de openbaring van de kinderen van God.

20
Latijn

Vanitati enim creatura subjecta est non volens, sed propter eum, qui subjecit eam in spe :

Nederlands

Want de schepping is aan de ijdelheid onderworpen, niet vrijwillig, maar vanwege Hem die haar onderworpen heeft, in hoop:

21
Latijn

quia et ipsa creatura liberabitur a servitute corruptionis in libertatem gloriæ filiorum Dei.

Nederlands

omdat ook de schepping zelf bevrijd zal worden van de slavernij van de vergankelijkheid, tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.

22
Latijn

Scimus enim quod omnis creatura ingemiscit, et parturit usque adhuc.

Nederlands

Want wij weten dat de hele schepping zucht en in barensnood is tot nu toe.

23
Latijn

Non solum autem illa, sed et nos ipsi primitias spiritus habentes : et ipsi intra nos gemimus adoptionem filiorum Dei exspectantes, redemptionem corporis nostri.

Nederlands

En niet alleen zij, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben: ook wij zuchten in onszelf, terwijl wij de aanneming tot kinderen verwachten, de verlossing van ons lichaam.

24
Latijn

Spe enim salvi facti sumus. Spes autem, quæ videtur, non est spes : nam quod videt quis, quid sperat ?

Nederlands

Want in hoop zijn wij gered. Maar hoop die gezien wordt, is geen hoop; want wat iemand ziet, waarom zou hij het hopen?

25
Latijn

Si autem quod non videmus, speramus : per patientiam exspectamus.

Nederlands

Maar als wij hopen wat wij niet zien, verwachten wij het met volharding.

26
Latijn

Similiter autem et Spiritus adjuvat infirmitatem nostram : nam quid oremus, sicut oportet, nescimus : sed ipse Spiritus postulat pro nobis gemitibus inenarrabilibus.

Nederlands

En zo komt ook de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zoals het behoort, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

27
Latijn

Qui autem scrutatur corda, scit quid desideret Spiritus : quia secundum Deum postulat pro sanctis.

Nederlands

En Hij die de harten doorzoekt, weet wat de Geest verlangt, omdat Hij overeenkomstig God pleit voor de heiligen.

28
Latijn

Scimus autem quoniam diligentibus Deum omnia cooperantur in bonum, iis qui secundum propositum vocati sunt sancti.

Nederlands

En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen die overeenkomstig zijn voornemen geroepen zijn, heiligen.

29
Latijn

Nam quos præscivit, et prædestinavit conformes fieri imaginis Filii sui, ut sit ipse primogenitus in multis fratribus.

Nederlands

Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij ook van tevoren bestemd om gelijkvormig te worden aan het beeld van zijn Zoon, opdat Hij zelf de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.

30
Latijn

Quos autem prædestinavit, hos et vocavit : et quos vocavit, hos et justificavit : quos autem justificavit, illos et glorificavit.

Nederlands

En hen die Hij van tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen; en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.

31
Latijn

Quid ergo dicemus ad hæc ? si Deus pro nobis, quis contra nos ?

Nederlands

Wat zullen wij dan hierop zeggen? Als God voor ons is, wie is tegen ons?

32
Latijn

Qui etiam proprio Filio suo non pepercit, sed pro nobis omnibus tradidit illum : quomodo non etiam cum illo omnia nobis donavit ?

Nederlands

Hij die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen heeft overgegeven, hoe zal Hij ons niet ook met Hem alle dingen schenken?

33
Latijn

Quis accusabit adversus electos Dei ? Deus qui justificat,

Nederlands

Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het die rechtvaardigt;

34
Latijn

quis est qui condemnet ? Christus Jesus, qui mortuus est, immo qui et resurrexit, qui est ad dexteram Dei, qui etiam interpellat pro nobis.

Nederlands

wie is het die veroordeelt? Christus Jezus, die gestorven is, ja, die ook opgestaan is, die aan de rechterhand van God is, die ook voor ons pleit.

35
Latijn

Quis ergo nos separabit a caritate Christi ? tribulatio ? an angustia ? an fames ? an nuditas ? an periculum ? an persecutio ? an gladius ?

Nederlands

Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking? Of benauwdheid? Of honger? Of naaktheid? Of gevaar? Of vervolging? Of zwaard?

36
Latijn

(Sicut scriptum est : Quia propter te mortificamur tota die : æstimati sumus sicut oves occisionis.)

Nederlands

(Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood; wij zijn gerekend als slachtschapen.)

37
Latijn

Sed in his omnibus superamus propter eum qui dilexit nos.

Nederlands

Maar in dit alles overwinnen wij door Hem die ons heeft liefgehad.

38
Latijn

Certus sum enim quia neque mors, neque vita, neque angeli, neque principatus, neque virtutes, neque instantia, neque futura, neque fortitudo,

Nederlands

Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch heerschappijen, noch krachten, noch tegenwoordige dingen, noch toekomstige dingen, noch kracht,

39
Latijn

neque altitudo, neque profundum, neque creatura alia poterit nos separare a caritate Dei, quæ est in Christo Jesu Domino nostro.

Nederlands

noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die in Christus Jezus, onze Heer, is.