Gemeenschappelijke mis voor meerdere pausen en belijders
Opening
Si díligis me, Simon Petre, pasce agnos meos, pasce oves meas.
Als gij Mij bemint, Simon Petrus, weid dan mijn lammeren, weid mijn schapen.
Exaltábo te, Dómine, quóniam suscepísti me, nec delectásti inimícos meos super me.
Ik wil U prijzen, o Heer, want Gij hebt mij gered, en liet mijn vijanden niet over mij juichen.
Glória Patri, et Fílio, et Spirítui Sancto. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, et in sǽcula sæculórum. ℟. Amen.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. ℟. Amen.
Si díligis me, Simon Petre, pasce agnos meos, pasce oves meas.
Als gij Mij bemint, Simon Petrus, weid dan mijn lammeren, weid mijn schapen.
Openingsgebed
Gregem tuum, Pastor ætérne, placátus inténde: et, per beátum N. Summum Pontíficem, perpétua protectióne custódi; quem totíus Ecclésiæ præstitísti esse pastórem.
Zie genadig op uw kudde, eeuwige Herder, en behoed haar door de voortdurende bescherming van de heilige N., de Opperste Pontifex, die Gij hebt aangesteld tot herder van heel uw Kerk.
Per Dóminum nostrum Jesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Amen.
Lezing
⋯
Afzonderlijke tekstgedeelten
1. Léctio Epístolæ beáti Petri Apóstoli Caríssimi: Senióres, qui...Léctio Epístolæ beáti Petri Apóstoli
Caríssimi: Senióres, qui in vobis sunt, obsécro consénior et testis Christi passiónum, qui et ejus, quæ in futúro revelánda est, glóriæ communicátor: páscite qui in vobis est gregem Dei, providéntes non coácte, sed spontánee secúndum Deum, neque turpis lucri grátia, sed voluntárie; neque ut dominántes in cleris, sed forma facti gregis ex ánimo. Et, cum apparúerit princeps pastórum, percipiétis immarcescíbilem glóriæ corónam. Deus autem omnis grátiæ, qui vocávit nos in ætérnam suam glóriam in Christo Jesu, módicum passos ipse perfíciet, confirmábit solidabítque. Ipsi glória et impérium in sǽcula sæculórum. Amen.
Lezing uit de eerste Brief van de heilige Apostel Petrus Veelgeliefden, de priesters onder u bid ik, als hun medepriester en als getuige van Christus' lijden, maar ook als deelgenoot van zijn glorie, die eens geopenbaard zal worden: weidt Gods kudde, die u is toevertrouwd, en zorgt er voor, niet noodgedwongen, maar bereidwillig, zoals God verlangt; ook niet uit schandelijk winstbejag, maar vol toewijding; en niet als dwingelanden over het u toevertrouwde deel, maar van harte een voorbeeld geworden voor de kudde. Wanneer dan de opperherder zal verschijnen, zult gij een onvergankelijke gloriekroon ontvangen. En de God van alle genade, die ons heeft geroepen tot zijn eeuwige glorie in Christus Jezus, Hij zal ons na een weinig lijden tot volmaaktheid brengen, ons versterken en bevestigen. Aan Hem de glorie en de opperheerschappij in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Graduale
⋯
Afzonderlijke tekstgedeelten
1. Exaltent eum in ecclesia plebis: et in cathedra seniorum laude...Exaltent eum in ecclesia plebis: et in cathedra seniorum laudent eum. ℣. Confiteantur Domino misericordiæ eius; et mirabilia eius filiis hominum.
Laat hen Hem verheffen in de vergadering van het volk; en in de kring van de oudsten Hem loven. ℣. Laten zij de Heer danken voor zijn barmhartigheid, en zijn wonderen voor de mensenkinderen.
Alleluia
⋯
Afzonderlijke tekstgedeelten
1. Alleluia, alleluia. ℣. Tu es Petrus, et super hanc petram ædif...Alleluia, alleluia. ℣. Tu es Petrus, et super hanc petram ædificabo Ecclesiam meam. Alleluia.
Alleluia, alleluia. ℣. Gij zijt Petrus, en op deze rots zal Ik mijn Kerk bouwen. Alleluia.
Alleluia in de paastijd
⋯
Afzonderlijke tekstgedeelten
1. Allelúja, allelúja. Tu es Petrus, et super hanc petram ædific...Allelúja, allelúja.
Tu es Petrus, et super hanc petram ædificábo Ecclésiam meam. Allelúja.
Constítues eos príncipes super omnem terram: mémores erunt nóminis tui, Dómine. Allelúja.
Alleluia, alleluia. Gij zijt Petrus, en op deze rots zal Ik mijn Kerk bouwen. Alleluia. Gij zult hen aanstellen tot vorsten over heel de aarde; zij zullen uw Naam gedenken, Heer. Alleluia.
Tractus
⋯
Afzonderlijke tekstgedeelten
1. Annuntiávi justítiam tuam in ecclésia magna, ecce, lábia mea n...Annuntiávi justítiam tuam in ecclésia magna, ecce, lábia mea non prohibébo: Dómine, tu scisti.
℣. Justítiam tuam non abscóndi in corde meo: veritátem tuam et salutáre tuum dixi.
℣. Non abscóndi misericórdiam tuam, et veritátem tuam a concílio multo.
Dat zij hem roemen in de vergadering van het volk, in de raad der ouderlingen hem prijzen. V. Dat zij de Heer prijzen om zijn barmhartigheid en om zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
Ik verkondigde uw gerechtigheid in de volle vergadering. Neen, mijn lippen hield ik niet gesloten; Heer, Gij weet het. V. Uw gerechtigheid hield ik niet verborgen in mijn hart, uw trouw en uw hulp heb ik verkondigd. V. Uw barmhartigheid en uw trouw heb ik niet verzwegen in de volle vergadering.
Evangelie
Sequéntia † sancti Evangélii secúndum Matthǽum.
Vervolg van het heilig Evangelie volgens Matteüs.
In illo témpore: Venit Jesus in partes Cæsaréæ Philíppi, et interrogábat discípulos suos, dicens: Quem dicunt hómines esse Fílium hóminis? At illi dixérunt: Alii Joánnem Baptístam, alii autem Elíam, álii vero Jeremíam, aut unum ex prophétis. Dicit illis Jesus: Vos autem quem me esse dícitis? Respóndens Simon Petrus, dixit: Tu es Christus, Fílius Dei vivi. Respóndens autem Jesus, dixit ei: Beátus es, Simon Bar Jona: quia caro et sanguis non revelávit tibi, sed Pater meus, qui in cœlis est. Et ego dico tibi, quia tu es Petrus, et super hanc petram ædificábo Ecclésiam meam, et portæ ínferi non prævalébunt advérsus eam. Et tibi dabo claves regni cœlórum. Et quodcúmque ligáveris super terram, erit ligátum et in cœlis: et quodcúmque sólveris super terram, erit solútum et in cœlis.
Vervolg † van het heilig Evangelie volgens Mattheüs In die tijd kwam Jezus in de omgeving van Cæsarea Philippi; en Hij stelde aan zijn leerlingen de vraag: Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is? En zij gaven ten antwoord: Sommigen zeggen: Johannes de Doper; anderen: Elias; weer anderen: Jeremias of een van de profeten. Jezus vroeg hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Toen hernam Jezus en sprak tot hem: zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona; want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemel is. En Ik zeg u: gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. En aan u zal Ik de sleutels geven van het rijk der hemelen. En al wat gij zult binden op aarde, zal ook gebonden zijn in de hemel; en al wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook ontbonden zijn in de hemel.
Offerande
⋯
Afzonderlijke tekstgedeelten
1. Ecce, dedi verba mea in ore tuo: ecce, constítui te super gent...Ecce, dedi verba mea in ore tuo: ecce, constítui te super gentes et super regna, ut evéllas et déstruas, et ædífices et plantes. (Allelúja.)
Zie, Ik heb u mijn woorden in de mond gelegd. Zie, Ik heb u gesteld over volkeren en rijken, opdat gij zoudt uitroeien en vernietigen, opbouwen en planten. (Alleluia.)
Stil gebed
Oblátis munéribus, quǽsumus, Dómine, Ecclésiam tuam benígnus illúmina: ut, et gregis tui profíciat ubíque succéssus, et grati fiant nómini tuo, te gubernánte, pastóres.
Wij vragen U, o Heer, wil door deze U aangeboden offergaven uw Kerk genadig verlichten, opdat uw kudde alom in aantal mag groeien en haar herders onder uw leiding uw Naam welgevallig mogen zijn.
Per Dóminum nostrum Jesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Amen.
Communie
⋯
Afzonderlijke tekstgedeelten
1. Tu es Petrus, et super hanc petram ædificábo Ecclésiam meam. (...Tu es Petrus, et super hanc petram ædificábo Ecclésiam meam. (Allelúja.)
Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen. (Alleluia.)
Slotgebed
Refectióne sancta enutrítam gubérna, quǽsumus, Dómine, tuam placátus Ecclésiam: ut, poténti moderatióne dirécta, et increménta libertátis accípiat et in religiónis integritáte persístat.
Wij vragen U, Heer, bestuur goedgunstig uw Kerk, die door dit heilig voedsel verkwikt is, opdat zij, gericht door uw machtige leiding, groter vrijheid verkrijge en ongerept in uw dienst volharde.
Per Dóminum nostrum Jesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Amen.