Handelingen · 9

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Saulus autem adhuc spirans minarum et cædis in discipulos Domini, accessit ad principem sacerdotum,

Nederlands

Saulus echter, nog steeds dreigend en moordend tegen de leerlingen van de Heer, ging naar de hoofdman van de priesters,

2
Latijn

et petiit ab eo epistolas in Damascum ad synagogas : ut si quos invenisset hujus viæ viros ac mulieres, vinctos perduceret in Jerusalem.

Nederlands

en vroeg hem brieven voor Damascus aan de synagogen, opdat hij, als hij mannen of vrouwen van deze weg zou vinden, hen geboeid naar Jeruzalem zou brengen.

3
Latijn

Et cum iter faceret, contigit ut appropinquaret Damasco : et subito circumfulsit eum lux de cælo.

Nederlands

En terwijl hij onderweg was, gebeurde het dat hij Damascus naderde, en plotseling omscheen hem een licht uit de hemel.

4
Latijn

Et cadens in terram audivit vocem dicentem sibi : Saule, Saule, quid me persequeris ?

Nederlands

En op de grond vallend hoorde hij een stem die tot hem zei: 'Saul, Saul, waarom vervolg je mij?'

5
Latijn

Qui dixit : Quis es, domine ? Et ille : Ego sum Jesus, quem tu persequeris : durum est tibi contra stimulum calcitrare.

Nederlands

Hij zei: 'Wie bent U, Heer?' En Hij: 'Ik ben Jezus, die u vervolgt. Het is moeilijk voor u om tegen de prikkel te schoppen.'

6
Latijn

Et tremens ac stupens dixit : Domine, quid me vis facere ?

Nederlands

En bevend en verbaasd zei hij: 'Heer, wat wilt U dat ik doe?'

7
Latijn

Et Dominus ad eum : Surge, et ingredere civitatem, et ibi dicetur tibi quid te oporteat facere. Viri autem illi qui comitabantur cum eo, stabant stupefacti, audientes quidem vocem, neminem autem videntes.

Nederlands

En de Heer zei tot hem: 'Sta op, ga de stad in, en daar zal je gezegd worden wat je moet doen.' De mannen echter die met hem meereisden, stonden verbaasd, wel de stem horend, maar niemand ziend.

8
Latijn

Surrexit autem Saulus de terra, apertisque oculis nihil videbat. Ad manus autem illum trahentes, introduxerunt Damascum.

Nederlands

Saulus echter stond op van de grond, en met geopende ogen zag hij niets. Zij leidden hem echter aan de hand en brachten hem Damascus binnen.

9
Latijn

Et erat ibi tribus diebus non videns, et non manducavit, neque bibit.

Nederlands

En hij was daar drie dagen zonder te zien, en hij at niet en dronk niet.

10
Latijn

Erat autem quidam discipulus Damasci, nomine Ananias : et dixit ad illum in visu Dominus : Anania. At ille ait : Ecce ego, Domine.

Nederlands

Er was echter een zekere leerling in Damascus, met name Ananias, en de Heer zei tot hem in een visioen: 'Ananias.' En hij zei: 'Zie, ik ben hier, Heer.'

11
Latijn

Et Dominus ad eum : Surge, et vade in vicum qui vocatur Rectus : et quære in domo Judæ Saulum nomine Tarsensem : ecce enim orat.

Nederlands

En de Heer zei tot hem: 'Sta op, ga naar de straat die de Rechte wordt genoemd, en zoek in het huis van Judas een man uit Tarsus, met name Saulus; want zie, hij bidt.'

12
Latijn

(Et vidit virum Ananiam nomine, introëuntem, et imponentem sibi manus ut visum recipiat.)

Nederlands

(En hij zag een man, met name Ananias, binnenkomen en hem de handen opleggen, opdat hij weer zou zien.)

13
Latijn

Respondit autem Ananias : Domine, audivi a multis de viro hoc, quanta mala fecerit sanctis tuis in Jerusalem :

Nederlands

Ananias echter antwoordde: 'Heer, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan;

14
Latijn

et hic habet potestatem a principibus sacerdotum alligandi omnes qui invocant nomen tuum.

Nederlands

en hier heeft hij macht van de hogepriesters om allen die uw naam aanroepen te boeien.'

15
Latijn

Dixit autem ad eum Dominus : Vade, quoniam vas electionis est mihi iste, ut portet nomen meum coram gentibus, et regibus, et filiis Israël.

Nederlands

De Heer echter zei tot hem: 'Ga, want deze is Mij een uitverkoren vat, om mijn naam te dragen voor de heidenvolken, en koningen, en de Israëlieten.

16
Latijn

Ego enim ostendam illi quanta oporteat eum pro nomine meo pati.

Nederlands

Want Ik zal hem tonen hoeveel hij voor mijn naam moet lijden.'

17
Latijn

Et abiit Ananias, et introivit in domum : et imponens ei manus, dixit : Saule frater, Dominus misit me Jesus, qui apparuit tibi in via qua veniebas, ut videas, et implearis Spiritu Sancto.

Nederlands

En Ananias ging weg en kwam het huis binnen, en hem de handen opleggend zei hij: 'Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden, Jezus, die jou verschenen is op de weg waarlangs je kwam, opdat je weer zou zien en vervuld worden met de Heilige Geest.'

18
Latijn

Et confestim ceciderunt ab oculis ejus tamquam squamæ, et visum recepit : et surgens baptizatus est.

Nederlands

En onmiddellijk vielen er als het ware schubben van zijn ogen, en hij zag weer, en opstaand werd hij gedoopt.

19
Latijn

Et cum accepisset cibum, confortatus est.

Fuit autem cum discipulis qui erant Damasci per dies aliquot.

Nederlands

En nadat hij voedsel had genomen, werd hij gesterkt. Hij was echter enige dagen bij de leerlingen die in Damascus waren.

20
Latijn

Et continuo in synagogis prædicabat Jesum, quoniam hic est Filius Dei.

Nederlands

En onmiddellijk predikte hij in de synagogen Jezus, dat deze de Zoon van God is.

21
Latijn

Stupebant autem omnes qui audiebant, et dicebant : Nonne hic est qui expugnabat in Jerusalem eos qui invocabant nomen istud : et huc ad hoc venit, ut vinctos illos duceret ad principes sacerdotum ?

Nederlands

Allen die hem hoorden waren echter verbaasd en zeiden: 'Is dit niet degene die in Jeruzalem hen die deze naam aanriepen bestreed, en is hij hier niet juist daarom gekomen, om hen geboeid naar de hogepriesters te brengen?'

22
Latijn

Saulus autem multo magis convalescebat, et confundebat Judæos qui habitabant Damasci, affirmans quoniam hic est Christus.

Nederlands

Saulus echter werd steeds meer gesterkt en bracht de Joden die in Damascus woonden in verwarring, bevestigend dat deze de Christus is.

23
Latijn

Cum autem implerentur dies multi, consilium fecerunt in unum Judæi ut eum interficerent.

Nederlands

Toen echter vele dagen vervuld waren, beraadslaagden de Joden gezamenlijk om hem te doden.

24
Latijn

Notæ autem factæ sunt Saulo insidiæ eorum. Custodiebant autem et portas die ac nocte, ut eum interficerent.

Nederlands

Hun hinderlaag werd echter aan Saulus bekend. Zij bewaakten ook dag en nacht de poorten om hem te doden.

25
Latijn

Accipientes autem eum discipuli nocte, per murum dimiserunt eum, submittentes in sporta.

Nederlands

De leerlingen echter namen hem 's nachts en lieten hem langs de muur naar beneden, hem in een mand neerlatend.

26
Latijn

Cum autem venisset in Jerusalem, tentabat se jungere discipulis, et omnes timebant eum, non credentes quod esset discipulus.

Nederlands

Toen hij echter in Jeruzalem was gekomen, probeerde hij zich bij de leerlingen te voegen, en allen vreesden hem, niet gelovend dat hij een leerling was.

27
Latijn

Barnabas autem apprehensum illum duxit ad Apostolos : et narravit illis quomodo in via vidisset Dominum, et quia locutus est ei, et quomodo in Damasco fiducialiter egerit in nomine Jesu.

Nederlands

Barnabas echter nam hem en bracht hem naar de apostelen, en vertelde hun hoe hij onderweg de Heer had gezien, en dat Hij tot hem had gesproken, en hoe hij in Damascus vrijmoedig was opgetreden in de naam van Jezus.

28
Latijn

Et erat cum illis intrans et exiens in Jerusalem, et fiducialiter agens in nomine Domini.

Nederlands

En hij was bij hen, in Jeruzalem in- en uitgaand, en vrijmoedig optredend in de naam van de Heer.

29
Latijn

Loquebatur quoque gentibus, et disputabat cum Græcis : illi autem quærebant occidere eum.

Nederlands

Hij sprak ook tot de heidenvolken en redetwistte met de Grieken; zij echter probeerden hem te doden.

30
Latijn

Quod cum cognovissent fratres, deduxerunt eum Cæsaream, et dimiserunt Tarsum.

Nederlands

Toen de broeders dit echter hadden vernomen, brachten zij hem naar Caesarea en stuurden hem weg naar Tarsus.

31
Latijn

Ecclesia quidem per totam Judæam, et Galilæam, et Samariam habebat pacem, et ædificabatur ambulans in timore Domini, et consolatione Sancti Spiritus replebatur.

Nederlands

De Kerk dan had door heel Judea, Galilea en Samaria vrede, en werd opgebouwd, wandelend in de vrees voor de Heer, en door de troost van de Heilige Geest werd zij vervuld.

32
Latijn

Factum est autem, ut Petrus dum pertransiret universos, deveniret ad sanctos qui habitabant Lyddæ.

Nederlands

Het gebeurde echter dat Petrus, terwijl hij overal rondtrok, ook bij de heiligen kwam die in Lydda woonden.

33
Latijn

Invenit autem ibi hominem quemdam, nomine Æneam, ab annis octo jacentem in grabato, qui erat paralyticus.

Nederlands

Hij vond daar echter een zekere man, met name Eneas, die al acht jaar op een matras lag en verlamd was.

34
Latijn

Et ait illi Petrus : Ænea, sanat te Dominus Jesus Christus : surge, et sterne tibi. Et continuo surrexit.

Nederlands

En Petrus zei tot hem: 'Eneas, Jezus Christus geneest jou; sta op en maak je bed op.' En onmiddellijk stond hij op.

35
Latijn

Et viderunt eum omnes qui habitabant Lyddæ et Saronæ : qui conversi sunt ad Dominum.

Nederlands

En allen die in Lydda en Saron woonden zagen hem, en zij bekeerden zich tot de Heer.

36
Latijn

In Joppe autem fuit quædam discipula, nomine Tabitha, quæ interpretata dicitur Dorcas. Hæc erat plena operibus bonis et eleemosynis quas faciebat.

Nederlands

In Joppe echter was een zekere leerlinge, met name Tabitha, die vertaald Dorcas wordt genoemd. Zij was vol van goede werken en aalmoezen die zij deed.

37
Latijn

Factum est autem in diebus illis ut infirmata moreretur. Quam cum lavissent, posuerunt eam in cœnaculo.

Nederlands

Het gebeurde echter in die dagen dat zij ziek werd en stierf. Nadat zij haar gewassen hadden, legden zij haar in de bovenkamer.

38
Latijn

Cum autem prope esset Lydda ad Joppen, discipuli, audientes quia Petrus esset in ea, miserunt duos viros ad eum, rogantes : Ne pigriteris venire ad nos.

Nederlands

Daar Lydda dicht bij Joppe lag, stuurden de leerlingen, horend dat Petrus daar was, twee mannen naar hem, met het verzoek: 'Aarzel niet om naar ons te komen.'

39
Latijn

Exsurgens autem Petrus, venit cum illis. Et cum advenisset, duxerunt illum in cœnaculum : et circumsteterunt illum omnes viduæ flentes, et ostendentes ei tunicas et vestes quas faciebat illis Dorcas.

Nederlands

Petrus echter stond op en kwam met hen mee. En toen hij aangekomen was, brachten zij hem naar de bovenkamer, en alle weduwen stonden om hem heen, wenend en hem de tunieken en kledingstukken tonend die Dorcas voor hen gemaakt had.

40
Latijn

Ejectis autem omnibus foras, Petrus ponens genua oravit : et conversus ad corpus, dixit : Tabitha, surge. At illa aperuit oculos suos : et viso Petro, resedit.

Nederlands

Nadat hij echter allen naar buiten had gestuurd, knielde Petrus neer en bad, en zich tot het lichaam wendend zei hij: 'Tabitha, sta op.' En zij opende haar ogen, en Petrus ziend, ging zij rechtop zitten.

41
Latijn

Dans autem illi manum, erexit eam. Et cum vocasset sanctos et viduas, assignavit eam vivam.

Nederlands

Haar echter de hand gevend, richtte hij haar op. En nadat hij de heiligen en de weduwen had geroepen, stelde hij haar levend voor hen.

42
Latijn

Notum autem factum est per universam Joppen : et crediderunt multi in Domino.

Nederlands

Het werd echter bekend door heel Joppe, en velen geloofden in de Heer.

43
Latijn

Factum est autem ut dies multos moraretur in Joppe, apud Simonem quemdam coriarium.

Nederlands

Het gebeurde echter dat hij vele dagen in Joppe bleef, bij een zekere Simon, een leerlooier.