Kolossenzen · 3

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Igitur, si consurrexistis cum Christo : quæ sursum sunt quærite, ubi Christus est in dextera Dei sedens :

Nederlands

Wanneer u dan met Christus opgestaan bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus zit aan de rechterhand van God.

2
Latijn

quæ sursum sunt sapite, non quæ super terram.

Nederlands

Richt uw gedachten op de dingen die boven zijn, niet op de dingen die op de aarde zijn.

3
Latijn

Mortui enim estis, et vita vestra est abscondita cum Christo in Deo.

Nederlands

Want u bent gestorven, en uw leven is verborgen met Christus in God.

4
Latijn

Cum Christus apparuerit, vita vestra : tunc et vos apparebitis cum ipso in gloria.

Nederlands

Wanneer Christus, uw leven, geopenbaard zal worden, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

5
Latijn

Mortificate ergo membra vestra, quæ sunt super terram : fornicationem, immunditiam, libidinem, concupiscentiam malam, et avaritiam, quæ est simulacrorum servitus :

Nederlands

Dood dan uw leden die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte en hebzucht, die afgodendienst is.

6
Latijn

propter quæ venit ira Dei super filios incredulitatis :

Nederlands

Om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid.

7
Latijn

in quibus et vos ambulastis aliquando, cum viveretis in illis.

Nederlands

In deze dingen hebt ook u eens gewandeld, toen u daarin leefde.

8
Latijn

Nunc autem deponite et vos omnia : iram, indignationem, malitiam, blasphemiam, turpem sermonem de ore vestro.

Nederlands

Maar nu moet ook u alles afleggen: toorn, woede, kwaadaardigheid, lastering en schandelijke taal uit uw mond.

9
Latijn

Nolite mentiri invicem, expoliantes vos veterem hominem cum actibus suis,

Nederlands

Lieg niet tegen elkaar, terwijl u de oude mens met zijn daden hebt uitgedaan,

10
Latijn

et induentes novum eum, qui renovatur in agnitionem secundum imaginem ejus qui creavit illum :

Nederlands

en u hebt de nieuwe mens aangedaan, die vernieuwd wordt tot kennis naar het beeld van Hem die hem geschapen heeft.

11
Latijn

ubi non est gentilis et Judæus, circumcisio et præputium, Barbarus et Scytha, servus et liber : sed omnia, et in omnibus Christus.

Nederlands

Daarbij is er geen heiden en Jood, besnijdenis en onbesnedenheid, barbaar en Scyth, slaaf en vrije; maar Christus is alles en in allen.

12
Latijn

Induite vos ergo, sicut electi Dei, sancti, et dilecti, viscera misericordiæ, benignitatem, humilitatem, modestiam, patientiam :

Nederlands

Bekleed u dan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met barmhartigheid, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.

13
Latijn

supportantes invicem, et donantes vobismetipsis si quis adversus aliquem habet querelam : sicut et Dominus donavit vobis, ita et vos.

Nederlands

Verdraag elkaar en vergeef elkaar, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven.

14
Latijn

Super omnia autem hæc, caritatem habete, quod est vinculum perfectionis :

Nederlands

Maar boven dit alles: bekleed u met de liefde, die de band van de volmaaktheid is.

15
Latijn

et pax Christi exsultet in cordibus vestris, in qua et vocati estis in uno corpore : et grati estote.

Nederlands

En laat de vrede van Christus heersen in uw harten, waartoe u ook geroepen bent in één lichaam; en wees dankbaar.

16
Latijn

Verbum Christi habitet in vobis abundanter, in omni sapientia, docentes, et commonentes vosmetipsos, psalmis, hymnis, et canticis spiritualibus, in gratia cantantes in cordibus vestris Deo.

Nederlands

Laat het woord van Christus rijkelijk in u wonen, in alle wijsheid; leer en vermaan elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing in genade in uw harten voor God.

17
Latijn

Omne, quodcumque facitis in verbo aut in opere, omnia in nomine Domini Jesu Christi, gratias agentes Deo et Patri per ipsum.

Nederlands

En alles wat u doet in woord of in daad, doe alles in de naam van de Heer Jezus, en dank God de Vader door Hem.

18
Latijn

Mulieres, subditæ estote viris, sicut oportet, in Domino.

Nederlands

Vrouwen, wees onderdanig aan uw mannen, zoals het past in de Heer.

19
Latijn

Viri, diligite uxores vestras, et nolite amari esse ad illas.

Nederlands

Mannen, heb uw vrouwen lief en wees niet hardvochtig jegens hen.

20
Latijn

Filii, obedite parentibus per omnia : hoc enim placitum est in Domino.

Nederlands

Kinderen, gehoorzaam uw ouders in alles, want dat is welbehaaglijk in de Heer.

21
Latijn

Patres, nolite ad indignationem provocare filios vestros, ut non pusillo animo fiant.

Nederlands

Vaders, terg uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

22
Latijn

Servi, obedite per omnia dominis carnalibus, non ad oculum servientes, quasi hominibus placentes, sed in simplicitate cordis, timentes Deum.

Nederlands

Slaven, gehoorzaam in alles uw aardse heren, niet met ogenbediening, als mensen die mensen willen behagen, maar in oprechtheid van hart, in vreze voor de Heer.

23
Latijn

Quodcumque facitis, ex animo operamini sicut Domino, et non hominibus :

Nederlands

Alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heer en niet voor mensen,

24
Latijn

scientes quod a Domino accipietis retributionem hæreditatis. Domino Christo servite.

Nederlands

wetend dat u van de Heer de beloning van de erfenis zult ontvangen. Dien de Heer Christus.

25
Latijn

Qui enim injuriam facit, recipiet id quod inique gessit : et non est personarum acceptio apud Deum.

Nederlands

Want wie onrecht doet, zal ontvangen wat hij onrechtvaardig gedaan heeft; en er is geen aanzien des persoons bij God.