Vrijdag van de 3e week van de veertigdagentijd

Verloop
Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px
Inhoud
PDF samenstellen en downloaden

Voorbereiding

⋯
Latijn

In nómine Patris, † et Fílii, et Spíritus Sancti. Amen.

Nederlands

In de naam van de Vader † en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Latijn

℣. Introíbo ad altáre Dei.

Nederlands

℣. Ik zal opgaan tot het altaar van God.

℟. Ad Deum, qui lætíficat juventútem meam.

℟. Tot God, die mijn jeugd met vreugde vervult.

Latijn

℣. Júdica me, Deus, et discérne causam meam de gente non sancta: ab hómine iníquo et dolóso érue me.

Nederlands

℣. Doe mij recht, God, en scheid mijn zaak van het onheilige volk: bevrijd mij van de onrechtvaardige en bedrieglijke mens.

℟. Quia tu es, Deus, fortitúdo mea: quare me repulísti, et quare tristis incédo, dum afflígit me inimícus?

℟. Want Gij zijt, God, mijn sterkte: waarom hebt Gij mij verstoten, en waarom ga ik bedroefd rond, terwijl de vijand mij kwelt?

Latijn

℣. Emítte lucem tuam et veritátem tuam: ipsa me deduxérunt et adduxérunt in montem sanctum tuum et in tabernácula tua.

Nederlands

℣. Zend uw licht en uw waarheid uit: zij hebben mij geleid en gebracht naar uw heilige berg en naar uw woningen.

℟. Et introíbo ad altáre Dei, ad Deum, qui lætíficat juventútem meam.

℟. En ik zal naderen tot het altaar van God, tot God, die mijn jeugd verblijdt.

Latijn

℣. Confitébor tibi in cíthara, Deus, Deus meus: quare tristis es, ánima mea, et quare contúrbas me?

Nederlands

℣. Ik zal U loven op de citer, God, mijn God. Waarom zijt gij bedroefd, mijn ziel, en waarom verontrust gij mij?

℟. Spera in Deo, quóniam adhuc confitébor illi: salutáre vultus mei, et Deus meus.

℟. Hoop op God, want ik zal Hem nog loven: het heil van mijn aangezicht en mijn God.

Latijn

℣. Glória Patri, et Fílio, et Spirítui Sancto.

Nederlands

℣. Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper: et in sǽcula sæculórum. Amen.

℟. Zoals het was in het begin, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Latijn

℣. Introíbo ad altáre Dei.

Nederlands

℣. Ik zal opgaan naar het altaar van God.

℟. Ad Deum, qui lætíficat juventútem meam.

℟. Naar God, die mijn jeugd verblijdt.

Latijn

℣. Adjutórium nostrum † in nómine Dómini.

Nederlands

℣. Onze hulp † is in de naam van de Heer.

℟. Qui fecit cælum et terram.

℟. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Latijn

℣. Confíteor Deo omnipoténti, beátæ Maríæ semper Vírgini, beáto Michaéli Archángelo, beáto Ioánni Baptístæ, sanctis Apóstolis Petro et Paulo, ómnibus Sanctis, et vobis, fratres, quia peccávi nimis cogitatióne, verbo et ópere: mea culpa, mea culpa, mea máxima culpa.

Nederlands

℣. Ik belijd aan God de almachtige, aan de heilige Maria altijd Maagd, aan de heilige Michaël de Aartsengel, aan de heilige Johannes de Doper, aan de heilige apostelen Petrus en Paulus, aan alle heiligen en aan u, broeders, dat ik veel heb gezondigd in gedachten, woorden en daden: door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.

Latijn

℣. Ideo precor beátam Maríam semper Vírginem, beátum Michaélem Archángelum, beátum Joánnem Baptístam, sanctos Apóstolos Petrum et Paulum, omnes Sanctos, et vos, fratres, oráre pro me ad Dóminum, Deum nostrum.

Nederlands

℣. Daarom bid ik de zalige Maria, altijd Maagd, de heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, alle heiligen en u, broeders, voor mij te bidden tot de Heer, onze God.

Latijn

℟. Misereátur tui omnípotens Deus, et, dimíssis peccátis tuis, perdúcat te ad vitam ætérnam.

Nederlands

℟. Moge de almachtige God zich over u ontfermen, en, nadat uw zonden zijn vergeven, u geleiden tot het eeuwig leven.

℣. Amen.

℣. Amen.

Latijn

℟. Confíteor Deo omnipoténti, beátæ Maríæ semper Vírgini, beáto Michaéli Archángelo, beáto Joánni Baptístæ, sanctis Apóstolis Petro et Paulo, ómnibus Sanctis, et tibi, pater: quia peccávi nimis cogitatióne, verbo et ópere: mea culpa, mea culpa, mea máxima culpa. Ideo precor beátam Maríam semper Vírginem, beátum Michaélem Archángelum, beátum Joánnem Baptístam, sanctos Apóstolos Petrum et Paulum, omnes Sanctos, et te, pater, oráre pro me ad Dóminum, Deum nostrum.

Nederlands

℟. Ik belijd aan de almachtige God, aan de zalige Maria, altijd Maagd, aan de heilige aartsengel Michaël, aan de heilige Johannes de Doper, aan de heilige apostelen Petrus en Paulus, aan alle heiligen en aan u, vader, dat ik zeer gezondigd heb in gedachten, woorden en werken: door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld. Daarom bid ik de zalige Maria, altijd Maagd, de heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, alle heiligen en u, vader, voor mij te bidden tot de Heer, onze God.

Latijn

℣. Misereátur vestri omnípotens Deus, et, dimíssis peccátis vestris, perdúcat vos ad vitam ætérnam.

Nederlands

℣. Moge de almachtige God zich over u ontfermen, uw zonden vergeven en u leiden tot het eeuwige leven.

℟. Amen.

℟. Amen.

Latijn

℣. Indulgéntiam, † absolutiónem et remissiónem peccatórum nostrórum tríbuat nobis omnípotens et miséricors Dóminus.

Nederlands

℣. Moge de almachtige en barmhartige Heer ons kwijtschelding, † vergeving en vergiffenis van onze zonden schenken.

℟. Amen.

℟. Amen.

Latijn

℣. Deus, tu convérsus vivificábis nos.

Nederlands

℣. God, wend U tot ons en schenk ons leven.

℟. Et plebs tua lætábitur in te.

℟. En uw volk zal zich in U verheugen.

℣. Osténde nobis, Dómine, misericórdiam tuam.

℣. Toon ons, Heer, uw barmhartigheid.

℟. Et salutáre tuum da nobis.

℟. En schenk ons uw heil.

℣. Dómine, exáudi oratiónem meam.

℣. Heer, verhoor mijn gebed.

℟. Et clamor meus ad te véniat.

℟. En laat mijn geroep tot U komen.

℣. Dóminus vobíscum.

℣. De Heer zij met u.

℟. Et cum spíritu tuo.

℟. En met uw geest.

Latijn

Orémus, Aufer a nobis, quǽsumus, Dómine, iniquitátes nostras: ut ad Sancta sanctórum puris mereámur méntibus introíre. Per Christum, Dóminum nostrum. Amen.

Nederlands

Laat ons bidden. Neem onze ongerechtigheden van ons weg, zo bidden wij U, Heer, opdat wij waardig zijn met een zuiver hart het Allerheiligste binnen te gaan. Door Christus, onze Heer. Amen.

Latijn

Orámus te, Dómine, per mérita Sanctórum tuórum, quorum relíquiæ hic sunt, et ómnium Sanctórum: ut indulgére dignéris ómnia peccáta mea. Amen.

Nederlands

Wij bidden U, Heer, door de verdiensten van uw heiligen, van wie de relieken hier rusten, en van alle heiligen: wil mij genadig al mijn zonden vergeven. Amen.

Opening

⋯
Latijn

Fac mecum, Dómine, signum in bonum: ut vídeant, qui me oderunt, et confundántur: quóniam tu, Dómine, adjuvísti me et consolátus es me.

Inclína, Dómine, aurem tuam, et exáudi me: quóniam inops et pauper sum ego.

Glória Patri, et Fílio, et Spirítui Sancto. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, et in sǽcula sæculórum. ℟. Amen.

Fac mecum, Dómine, signum in bonum: ut vídeant, qui me oderunt, et confundántur: quóniam tu, Dómine, adjuvísti me et consolátus es me.

Nederlands

Doe met mij, Heer, een teken ten goede: opdat zij die mij haten het zien en beschaamd worden; want Gij, Heer, hebt mij geholpen en getroost.

Neig, Heer, uw oor en verhoor mij, want ik ben arm en behoeftig.

Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. ℟. Amen.

Doe met mij, Heer, een teken ten goede: opdat zij die mij haten het zien en beschaamd worden; want Gij, Heer, hebt mij geholpen en getroost.

Latijn

℣. Kýrie, eléison. ℟. Kýrie, eléison. ℣. Kýrie, eléison. ℟. Christe, eléison. ℣. Christe, eléison. ℟. Christe, eléison. ℣. Kýrie, eléison. ℟. Kýrie, eléison. ℣. Kýrie, eléison.

Nederlands

℣. Heer, ontferm U over ons. ℟. Heer, ontferm U over ons. ℣. Heer, ontferm U over ons. ℟. Christus, ontferm U over ons. ℣. Christus, ontferm U over ons. ℟. Christus, ontferm U over ons. ℣. Heer, ontferm U over ons. ℟. Heer, ontferm U over ons. ℣. Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed

⋯
Latijn

℣. Dóminus vobíscum.

Nederlands

℣. De Heer zij met u.

℟. Et cum spíritu tuo.

℟. En met uw geest.

℣. Orémus.

℣. Laat ons bidden.

Latijn

Jejúnia nostra, quǽsumus, Dómine, benígno favóre proséquere: ut, sicut ab aliméntis abstinémus in córpore; ita a vítiis jejunémus in mente.

Nederlands

Wij vragen U, Heer, schenk ons vasten uw welwillende gunst, opdat wij onze geest vrij mogen houden van zonden, zoals wij aan ons lichaam de spijs onthouden.

Latijn

Per Dóminum nostrum Jesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.

Nederlands

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Lezing

⋯
nm 20,6–13
Latijn

Léctio libri Numeri. In diébus illis: Convenérunt fílii Israël adversum Móysen et Aaron: et versi in seditiónem, dixérunt: Date nobis aquam, ut bibámus. Ingressúsque Móyses et Aaron, dimíssa multitúdine, tabernáculum fœ́deris, corruérunt proni in terram, clamaverúntque ad Dóminum, atque dixérunt: Dómine Deus, audi clamórem hujus pópuli, et áperi eis thesáurum tuum, fontem aquæ vivæ, ut, satiáti, cesset murmurátio eórum. Et appáruit glória Dómini super eos. Locutúsque est Dóminus ad Móysen, dicens: Tolle virgam, et cóngrega pópulum, tu et Aaron frater tuus, et loquímini ad petram coram eis, et illa dabit aquas. Cumque edúxeris aquam de petra, bibet omnis multitúdo et juménta ejus. Tulit ígitur Móyses virgam, quæ erat in conspéctu Dómini, sicut præcéperat ei, congregáta multitúdine ante petram, dixítque eis: Audíte, rebélles et incréduli: Num de petra hac vobis aquam potérimus ejícere? Cumque elevásset Móyses manum, percútiens virga bis sílicem, egréssæ sunt aquæ largíssimæ, ita ut pópulus bíberet, et juménta. Dixítque Dóminus ad Móysen et Aaron: Quia non credidístis mihi, ut sanctificarétis me coram fíliis Israël, non introducétis hos pópulos in terram, quam dabo eis. Hæc est aqua contradictiónis, ubi jurgáti sunt fílii Israël contra Dóminum, et sanctificátus est in eis.

Nederlands

Lezing uit het Boek der Getallen In die dagen schoolden de kinderen van Israël samen tegen Mozes en Aäron en kwamen in opstand en zeiden: Geeft ons water om te drinken. En Mozes en Aäron lieten de menigte staan en gingen de Verbondstent binnen; zij wierpen zich plat ter aarde neder en riepen tot de Heer: Heer God, hoor het geroep van dit volk en open voor hen uw schat, een bron van levend water, opdat zij zich kunnen verzadigen en hun gemor ophoude. En de heerlijkheid des Heren vertoonde zich boven hen. En de Heer sprak tot Mozes: Neem uw staf en roep het volk samen, gij en uw broeder Aäron, en spreek in hun tegenwoordigheid tot de rots; dan zal zij water geven. En als gij water uit de rots doet stromen, kan heel het volk drinken, en ook hun vee. Toen nam Mozes de staf, die voor de Heer lag, zoals Deze hem bevolen had, riep de menigte samen bij de rots en sprak tot hen: Luistert, gij, weerspannigen en ongelovigen; zouden wij voor u nog water uit de rots kunnen doen stromen? En Mozes hief zijn hand omhoog en sloeg met zijn staf tweemaal op de rots; en er stroomde water uit in overvloed, zodat het volk kon drinken, en ook het vee. Maar de Heer sprak tot Mozes en Aäron: Omdat gij Mij niet geloofd hebt, en Mij dus niet verheerlijkt hebt bij de kinderen van Israël, daarom zult gij dit volk niet binnenleiden in het land, dat Ik hun zal geven. Dit is het water van het oproer, waar de kinderen van Israël oproer maakten tegen de Heer en Hij Zich zelf bij hen verheerlijkte.

Latijn

Deo grátias.

Nederlands

Wij danken God.

Tussenzangen

⋯
Latijn

In Deo sperávit cor meum, et adjútus sum: et reflóruit caro mea, et ex voluntáte mea confitébor illi. ℣. Ad te, Dómine, clamávi: Deus meus, ne síleas, ne discédas a me.

Dómine, non secúndum peccáta nostra, quæ fécimus nos: neque secúndum iniquitátes nostras retríbuas nobis. ℣. Dómine, ne memíneris iniquitátum nostrárum antiquárum: cito antícipent nos misericórdiæ tuæ, quia páuperes facti sumus nimis.

Aanwijzing · niet uitspreken

(Hic genuflectitur)

℣. Adjuva nos, Deus, salutáris noster: et propter glóriam nóminis tui, Dómine, líbera nos: et propítius esto peccátis nostris, propter nomen tuum.

Nederlands

Op God heeft mijn hart vertrouwd en ik werd geholpen. Mijn lichaam bloeide op en bereidvaardig zal ik Hem prijzen. V. Tot U riep ik, o Heer, mijn God, wees niet doof; trek U niet van mij terug.

Heer, behandel ons niet naar onze zonden, die wij bedreven. Vergeld ons niet naar onze schuld. Ach, Heer, denk toch niet meer aan onze vroegere zonden. Moge uw barmhartigheid ons spoedig tegemoet treden, want wij zijn ellendig bovenmate.

Aanwijzing · niet uitspreken

(Hier maakt men een kniebuiging.)

V. Help ons, o God, onze Redder. Verlos ons, Heer, om de eer van uw Naam. Om wille van uw Naam, vergeef ons onze zonden.

Evangelie

⋯
Latijn

Munda cor meum ac lábia mea, omnípotens Deus, qui lábia Isaíæ Prophétæ cálculo mundásti igníto: ita me tua grata miseratióne dignáre mundáre, ut sanctum Evangélium tuum digne váleam nuntiáre.

Nederlands

Reinig mijn hart en mijn lippen, almachtige God, die de lippen van de profeet Jesaja met een gloeiende kool hebt gereinigd. Wil zo ook mij in uw genadige ontferming reinigen, opdat ik uw heilig Evangelie waardig kan verkondigen.

Latijn

Per Christum, Dóminum nostrum.

Nederlands

Door Christus, onze Heer.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Jube, Dómine, benedícere. Dóminus sit in corde meo et in lábiis meis: ut digne et competénter annúntiem Evangélium suum. Amen.

Nederlands

Heer, wil mij zegenen. De Heer zij in mijn hart en op mijn lippen, opdat ik zijn Evangelie waardig en naar behoren verkondig. Amen.

Latijn

℣. Dóminus vobíscum.

Nederlands

℣. De Heer zij met u.

℟. Et cum spíritu tuo.

℟. En met uw geest.

jo 4,5–42
Latijn

Sequéntia ✠ sancti Evangélii secúndum Joánnem.

℟. Glória tibi, Dómine.

In illo témpore: Venit Jesus in civitátem Samaríæ, quæ dícitur Sichar: juxta prǽdium, quod dedit Jacob Joseph, fílio suo. Erat autem ibi fons Jacob. Jesus ergo fatigátus ex itínere, sedébat sic supra fontem. Hora erat quasi sexta. Venit múlier de Samaría hauríre aquam. Dicit ei Jesus: Da mihi bíbere. - Discípuli enim ejus abíerant in civitátem, ut cibos émerent. - Dicit ergo ei múlier illa Samaritána: Quómodo tu, Judǽus cum sis, bíbere a me poscis, quæ sum múlier Samaritána? non enim coutúntur Judǽi Samaritánis. Respóndit Jesus et dixit ei: Si scires donum Dei, et quis est, qui dicit tibi: Da mihi bibere: tu fórsitan petísses ab eo, et dedísset tibi aquam vivam. Dicit ei múlier: Dómine, neque in quo háurias habes, et púteus altus est: unde ergo habes aquam vivam? Numquid tu major es patre nostro Jacob, qui dedit nobis púteum, et ipse ex eo bibit et fílii ejus et pécora ejus? Respóndit Jesus et dixit ei: Omnis, qui bibit ex aqua hac, sítiet íterum: qui autem bíberit ex aqua, quam ego dabo ei, non sítiet in ætérnum: sed aqua, quam ego dabo ei, fiet in eo fons aquæ saliéntis in vitam ætérnam. Dicit ad eum mulier: Dómine, da mihi hanc aquam, ut non sítiam neque véniam huc hauríre. Dicit ei Jesus: Vade, voca virum tuum, et veni huc. Respóndit múlier, et dixit: Non hábeo virum. Dicit ei Jesus: Bene dixísti, quia non hábeo virum: quinque enim viros habuísti, et nunc, quem habes, non est tuus vir: hoc vere dixísti. Dicit ei múlier: Dómine, vídeo, quia Prophéta es tu. Patres nostri in monte hoc adoravérunt, et vos dícitis, quia Jerosólymis est locus, ubi adoráre opórtet. Dicit ei Jesus: Múlier, crede mihi, quia venit hora, quando neque in monte hoc, neque in Jerosólymis adorábitis Patrem. Vos adorátis, quod nescítis: nos adorámus, quod scimus, quia salus ex Judǽis est. Sed venit hora, et nunc est, quando veri adoratóres adorábunt Patrem in spíritu et veritáte. Nam et Pater tales quærit, qui adórent eum. Spíritus est Deus: et eos, qui adórant eum, in spíritu et veritáte opórtet adoráre. Dicit ei mulier: Scio, quia Messías venit [qui dícitur Christus]. Cum ergo vénerit ille, nobis annuntiábit ómnia. Dicit ei Jesus: Ego sum, qui loquor tecum. Et contínuo venérunt discípuli ejus: et mirabántur, quia cum mulíere loquebátur. Nemo tamen dixit: Quid quæris, aut quid loquéris cum ea? Reliquit ergo hýdriam suam múlier, et ábiit in civitátem, et dicit illis homínibus: Veníte, et vidéte hóminem, qui dixit mihi ómnia, quæcúmque feci: numquid ipse est Christus? Exiérunt ergo de civitáte, et veniébant ad eum. Intérea rogábant eum discípuli, dicéntes: Rabbi, mandúca. Ille autem dicit eis: Ego cibum habeo manducáre, quem vos nescítis. Dicébant ergo discípuli ad ínvicem: Numquid áliquis áttulit ei manducáre? Dicit eis Jesus: Meus cibus est, ut fáciam voluntátem ejus, qui misit me, ut perfíciam opus ejus. Nonne vos dícitis, quod adhuc quátuor menses sunt, et messis venit? Ecce, dico vobis: Leváte óculos vestros, et vidéte regiónes, quia albæ sunt jam ad messem. Et qui metit, mercédem áccipit, et cóngregat fructum in vitam ætérnam: ut, et qui séminat, simul gáudeat, et qui metit. In hoc enim est verbum verum: quia álius est qui séminat, et álius est qui metit. Ego misi vos métere quod vos non laborástis: alii laboravérunt, et vos in labóres eórum introístis. Ex civitáte autem illa multi credidérunt in eum Samaritanórum, propter verbum mulíeris testimónium perhibéntis: Quia dixit mihi ómnia, quæcúmque feci. Cum veníssent ergo ad illum Samaritáni, rogavérunt eum, ut ibi manéret. Et mansit ibi duos dies. Et multo plures credidérunt in eum propter sermónem ejus. Et mulíeri dicébant: Quia jam non propter tuam loquélam crédimus: ipsi enim audívimus, et scimus, quia hic est vere Salvátor mundi.

℟. Laus tibi, Christe.

Nederlands

Vervolg van het heilig Evangelie volgens Johannes.

℟. Eer zij U, Heer.

In die tijd kwam Jezus bij een stad van Samaria, Sichar genaamd; dicht bij het land, dat Jacob aan zijn zoon Jozef geschonken had. Daar bevond zich de put van Jacob. Vermoeid van de reis zette Jezus zich zo bij de put neer. Het was ongeveer het zesde uur. Een vrouw uit Samaria kwam daar water putten. Jezus zeide haar: Geef Mij te drinken. [Want zijn leerlingen waren naar de stad gegaan om eten te kopen.] De samaritaanse vrouw antwoordde Hem dan: Hoe kunt Gij als Jood aan mij, een samaritaanse vrouw, te drinken vragen? Want de Joden hebben geen omgang met de Samaritanen. Jezus gaf haar ten antwoord: Als gij de gave van God eens kendet, en wist wie het is, die tot u zegt: Geef Mij te drinken, dan zoudt gij het wellicht aan Hem gevraagd hebben, en Hij zou u levend water gegeven hebben. De vrouw zeide Hem: Heer, Gij hebt niets om mee te putten en de put is diep; waar haalt Gij dat levend water dan vandaan? Zijt Gij soms groter dan onze vader Jacob, die ons deze put gegeven heeft, en er zelf uit gedronken heeft met zijn zonen en zijn vee? Jezus gaf haar ten antwoord en sprak: Al wie van dit water drinkt, zal wederom dorst krijgen; maar wie van het water drinkt, dat Ik hem zal geven, hij zal in eeuwigheid geen dorst meer hebben; integendeel het water, dat Ik hem geven zal, wordt in hem een bron van water, dat opspringt tot eeuwig leven. De vrouw zeide tot Hem: Heer, geef mij van dat water, opdat ik geen dorst meer hebbe en niet meer hier behoef te komen putten. Jezus zeide haar: Ga uw man roepen, en kom dan hier terug. De vrouw antwoordde: Ik heb geen man. Jezus zeide haar: Dat zegt gij terecht: Ik heb geen man; want vijf mannen hebt gij gehad, en de man, die gij nu hebt, is niet uw man; dat zegt gij naar waarheid. De vrouw zeide Hem: Heer, ik zie, dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen hebben op deze berg aanbeden en Gij zegt, dat Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. Jezus antwoordde haar: Vrouw, geloof Mij, het uur breekt aan, dat gij noch op deze berg noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt, wat gij niet kent; wij aanbidden, wat wij kennen, want het heil komt van de Joden. Maar het uur komt, en het is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. Want de Vader zoekt ook zulke aanbidders. God is een Geest; en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden. De vrouw hernam: Ik weet, dat de Messias komt [dat is de Christus]. Als Hij dan komt, zal Hij ons alles meedelen. Jezus zeide haar: Dat ben Ik, die hier met u spreek. Op dat ogenblik kwamen zijn leerlingen terug; en zij stonden verwonderd, dat Hij in gesprek was met een vrouw. Niemand echter vroeg: Wat wilt Gij, of waarom spreekt Gij met haar? Toen liet de vrouw haar kruik staan en liep naar de stad; en zij zeide tot de mensen daar: Komt eens zien; daar is een man, die mij alles gezegd heeft, wat ik gedaan heb; zou het misschien de Christus zijn? Toen trokken zij de stad uit en gingen naar Hem toe. Intussen vroegen de leerlingen Hem: Rabbi, eet nu. Maar Hij antwoordde hun: Ik heb een spijs te eten, die gij niet kent. De leerlingen zeiden daarom onder elkander: zou soms iemand Hem iets te eten gebracht hebben? Jezus zeide hun: Mijn spijs is de wil te doen van Hem, die Mij gezonden heeft, om aldus zijn werk te volbrengen. Zegt gij niet: Nog vier maanden, en dan komt de oogst? Zie, Ik zeg u: heft uw ogen op en ziet, hoe de velden reeds wit staan voor de oogst! En de maaier krijgt zijn loon en zamelt vruchten ten eeuwigen leven, opdat de zaaier én de maaier beiden zich verheugen. Want hiervan geldt het spreekwoord: De een zaait en de ander maait. Ik heb u uitgezonden om te maaien, hetgeen gij niet bearbeid hebt; anderen hebben gearbeid en gij zijt in hun werk gekomen. Vele Samaritanen nu uit die stad geloofden in Hem, om het woord van de vrouw, die getuigde: Hij heeft mij alles gezegd, wat ik gedaan heb. En toen de Samaritanen bij Hem kwamen, vroegen zij Hem, dat Hij daar zou blijven. En Hij bleef er twee dagen. En nog veel meer geloofden er in Hem om zijn prediking. En zij zeiden tot de vrouw: Nu geloven wij niet meer om uw woord; want zelf hebben wij gehoord en weten wij, dat deze waarlijk de Verlosser der wereld is.

℟. Lof zij U, Christus.

Offerande

⋯
Latijn

℣. Dóminus vobíscum.

Nederlands

℣. De Heer zij met u.

℟. Et cum spíritu tuo.

℟. En met uw geest.

℣. Orémus.

℣. Laat ons bidden.

Latijn

Inténde voci oratiónis meæ, Rex meus, et Deus meus: quóniam ad te orábo, Dómine.

Nederlands

Let op mijn smeekbede, mijn Koning en mijn God! Want tot U zal ik bidden, Heer.

Latijn

Súscipe, sancte Pater, omnípotens ætérne Deus, hanc immaculátam hóstiam, quam ego indígnus fámulus tuus óffero tibi Deo meo vivo et vero, pro innumerabílibus peccátis, et offensiónibus, et neglegéntiis meis, et pro ómnibus circumstántibus, sed et pro ómnibus fidélibus christiánis vivis atque defúnctis: ut mihi, et illis profíciat ad salútem in vitam ætérnam. Amen.

Nederlands

Aanvaard, heilige Vader, almachtige, eeuwige God, deze onbevlekte offergave, die ik, uw onwaardige dienaar, U, mijn levende en ware God, aanbied voor mijn ontelbare zonden, overtredingen en nalatigheden, voor allen hier aanwezig en voor alle gelovige christenen, levenden en overledenen, opdat zij mij en hen tot heil strekt voor het eeuwige leven. Amen.

Latijn

Deus, † qui humánæ substántiæ dignitátem mirabíliter condidísti, et mirabílius reformásti: da nobis per hujus aquæ et vini mystérium, ejus divinitátis esse consórtes, qui humanitátis nostræ fíeri dignátus est párticeps, Jesus Christus, Fílius tuus, Dóminus noster:

Nederlands

God, † die de waardigheid van de menselijke natuur wonderbaar hebt geschapen en nog wonderbaarder hebt hersteld, geef ons door het mysterie van dit water en deze wijn deel te hebben aan de godheid van Hem die heeft willen delen in onze mensheid: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer.

Latijn

Qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti Deus: per ómnia sǽcula sæculórum.

Nederlands

Die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, in alle eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Offérimus tibi, Dómine, cálicem salutáris, tuam deprecántes cleméntiam: ut in conspéctu divínæ majestátis tuæ, pro nostra et totíus mundi salúte, cum odóre suavitátis ascéndat. Amen.

Nederlands

Wij bieden U, Heer, de kelk van het heil aan en smeken uw goedertierenheid: laat hij voor uw goddelijke majesteit als een aangename geur opstijgen tot heil van ons en van de hele wereld. Amen.

Latijn

In spíritu humilitátis et in ánimo contríto suscipiámur a te, Dómine: et sic fiat sacrifícium nostrum in conspéctu tuo hódie, ut pláceat tibi, Dómine Deus.

Nederlands

Mogen wij in een geest van nederigheid en met een berouwvol hart door U worden aangenomen, Heer. Laat ons offer vandaag zo voor uw aanschijn worden voltrokken, dat het U behaagt, Heer onze God.

Latijn

Veni, sanctificátor omnípotens ætérne Deus: et bénedic hoc sacrifícium, tuo sancto nómini præparátum.

Nederlands

Kom, Heiligmaker, almachtige, eeuwige God, en zegen dit offer dat voor uw heilige naam is bereid.

Latijn

Lavábo inter innocéntes manus meas: et circúmdabo altáre tuum, Dómine: Ut áudiam vocem laudis, et enárrem univérsa mirabília tua. Dómine, diléxi decórem domus tuæ et locum habitatiónis glóriæ tuæ. Ne perdas cum ímpiis, Deus, ánimam meam, et cum viris sánguinum vitam meam: In quorum mánibus iniquitátes sunt: déxtera eórum repléta est munéribus. Ego autem in innocéntia mea ingréssus sum: rédime me et miserére mei. Pes meus stetit in dirécto: in ecclésiis benedícam te, Dómine.

Nederlands

Ik zal mijn handen wassen onder de onschuldigen en rond uw altaar gaan, Heer, om de stem van de lofzang te horen en al uw wonderen te verkondigen. Heer, ik heb de schoonheid van uw huis lief en de plaats waar uw heerlijkheid woont. Laat mijn ziel niet met de goddelozen verloren gaan, God, noch mijn leven met mannen van bloed, aan wier handen ongerechtigheid kleeft en wier rechterhand vol steekpenningen is. Ik echter ben in onschuld mijn weg gegaan: verlos mij en ontferm U over mij. Mijn voet staat op vlakke grond; in de samenkomsten zal ik U loven, Heer.

Latijn

Glória Patri, et Fílio, et Spirítui Sancto. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper: et in sǽcula sæculórum. Amen.

Nederlands

Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Latijn

Súscipe, sancta Trínitas, hanc oblatiónem, quam tibi offérimus ob memóriam passiónis, resurrectiónis, et ascensiónis Jesu Christi, Dómini nostri: et in honórem beátæ Maríæ semper Vírginis, et beáti Joannis Baptistæ, et sanctórum Apostolórum Petri et Pauli, et istórum et ómnium Sanctórum: ut illis profíciat ad honórem, nobis autem ad salútem: et illi pro nobis intercédere dignéntur in cælis, quorum memóriam ágimus in terris.

Nederlands

Aanvaard, heilige Drie-eenheid, deze offergave, die wij U aanbieden ter gedachtenis van het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart van Jezus Christus, onze Heer, en ter ere van de zalige Maria, altijd Maagd, van de heilige Johannes de Doper, van de heilige apostelen Petrus en Paulus, van deze heiligen en van alle heiligen. Moge zij hun tot eer en ons tot heil strekken. Mogen zij voor ons ten beste spreken in de hemel, wier gedachtenis wij vieren op aarde.

Latijn

Per eúndem Christum Dóminum nostrum.

Nederlands

Door dezelfde Christus, onze Heer.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

℣. Oráte, fratres: ut meum ac vestrum sacrifícium acceptábile fiat apud Deum Patrem omnipoténtem.

Nederlands

℣. Bidt, broeders, dat mijn en uw offer aanvaardbaar moge zijn voor God, de almachtige Vader.

℟. Suscípiat Dóminus sacrifícium de mánibus tuis ad laudem et glóriam nominis sui, ad utilitátem quoque nostram, totiúsque Ecclésiæ suæ sanctæ.

℟. Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen tot lof en eer van zijn naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk.

℣. Amen.

℣. Amen.

Stil gebed

⋯
Latijn

Réspice, quǽsumus, Dómine, propítius ad múnera, quæ sacrámus: ut tibi grata sint, et nobis salutária semper exsístant.

Nederlands

Wij vragen U, Heer, geef goedgunstig acht op de gaven, die wij U wijden, opdat zij U welgevallig mogen zijn en ons voor altijd tot heil strekken.

Latijn

Per Dóminum nostrum Jesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.

Nederlands

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Prefatie en Sanctus

⋯
Latijn

℣. Dóminus vobíscum.

Nederlands

℣. De Heer zij met u.

℟. Et cum spíritu tuo.

℟. En met uw geest.

℣. Sursum corda.

℣. Verheft uw hart.

℟. Habémus ad Dóminum.

℟. Wij hebben het bij de Heer.

℣. Grátias agámus Dómino, Deo nostro.

℣. Brengen wij dank aan de Heer, onze God.

℟. Dignum et justum est.

℟. Het is passend en rechtvaardig.

Latijn

Vere dignum et justum est, æquum et salutáre, nos tibi semper et ubíque grátias ágere: Dómine, sancte Pater, omnípotens ætérne Deus: Qui corporáli ieiúnio vítia cómprimis, mentem élevas, virtútem largíris et prǽmia: per Christum Dóminum nostrum. Per quem majestátem tuam laudant Angeli, adórant Dominatiónes, tremunt Potestátes. Cæli cælorúmque Virtútes, ac beáta Séraphim, sócia exsultatióne concélebrant. Cum quibus et nostras voces, ut admítti iúbeas, deprecámur, súpplici confessióne dicéntes:

Nederlands

Waarlijk, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal dankzeggen: heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God: Gij die door lichamelijk vasten de ondeugden beteugelt, de geest verheft, de deugd schenkt en de beloning geeft: door Christus, onze Heer. Door Hem loven de Engelen uw majesteit, aanbidden de Heerschappijen, sidderen de Machten. De hemelen en de Krachten der hemelen, en de zalige Serafijnen vieren U in gezamenlijke jubel. Met hen smeken ook wij dat Gij onze stemmen wilt laten opnemen, terwijl wij in ootmoedige belijdenis zeggen:

Latijn

Sanctus, Sanctus, Sanctus, Dóminus Deus Sábaoth. Pleni sunt cæli et terra glória tua. Hosánna in excélsis. Benedíctus, qui venit in nómine Dómini. Hosánna in excélsis.

Nederlands

Heilig, heilig, heilig, Heer God der machten. Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge. Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in den hoge.

Canon van de mis

⋯
Latijn

Te ígitur, clementíssime Pater, per Jesum Christum, Fílium tuum, Dóminum nostrum, súpplices rogámus ac pétimus, uti accépta hábeas et benedícas hæc dona, hæc múnera, hæc sancta sacrifícia illibáta.

Nederlands

U daarom, allerbarmhartigste Vader, door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer, bidden en smeken wij ootmoedig, dat Gij deze gaven wilt aannemen en zegenen, deze offergaven, deze heilige en onbevlekte offers.

Latijn

in primis, quæ tibi offérimus pro Ecclésia tua sancta cathólica: quam pacificáre, custodíre, adunáre et régere dignéris toto orbe terrárum: una cum fámulo tuo Papa nostro N. et Antístite nostro N. et ómnibus orthodóxis, atque cathólicæ et apostólicæ fídei cultóribus.

Nederlands

die wij U allereerst aanbieden voor uw heilige katholieke Kerk. Wil haar vrede schenken, haar bewaren, verenigen en besturen over de hele wereld, samen met uw dienaar, onze paus N., en onze bisschop N., en allen die het rechtzinnige, katholieke en apostolische geloof belijden.

Latijn

Meménto, Dómine, famulórum famularúmque tuarum N. et N. et ómnium circumstántium, quorum tibi fides cógnita est et nota devótio, pro quibus tibi offérimus: vel qui tibi ófferunt hoc sacrifícium laudis, pro se suísque ómnibus: pro redemptióne animárum suárum, pro spe salútis et incolumitátis suæ: tibíque reddunt vota sua ætérno Deo, vivo et vero.

Nederlands

Gedenk, Heer, uw dienaren en dienaressen N. en N. en allen hier aanwezig, wier geloof en toewijding U bekend zijn. Voor hen bieden wij U dit lofoffer aan, of zij bieden het U zelf aan, voor zichzelf en al de hunnen: tot verlossing van hun zielen, in de hoop op hun heil en welzijn. Aan U, de eeuwige, levende en ware God, vervullen zij hun geloften.

Latijn

Communicántes, et memóriam venerántes, in primis gloriósæ semper Vírginis Maríæ, Genetrícis Dei et Dómini nostri Jesu Christi: sed et beáti Joseph, ejúsdem Vírginis Sponsi, et beatórum Apostolórum ac Mártyrum tuórum, Petri et Pauli, Andréæ, Jacóbi, Joánnis, Thomæ, Jacóbi, Philíppi, Bartholomǽi, Matthǽi, Simónis et Thaddǽi: Lini, Cleti, Cleméntis, Xysti, Cornélii, Cypriáni, Lauréntii, Chrysógoni, Joánnis et Pauli, Cosmæ et Damiáni: et ómnium Sanctórum tuórum; quorum méritis precibúsque concédas, ut in ómnibus protectiónis tuæ muniámur auxílio.

Nederlands

In heilige gemeenschap vereren wij de gedachtenis allereerst van de glorierijke Maria, altijd Maagd, de Moeder van onze God en Heer Jezus Christus, en ook van de heilige Jozef, de bruidegom van diezelfde Maagd, en van uw heilige apostelen en martelaren Petrus en Paulus, Andreas, Jakobus, Johannes, Thomas, Jakobus, Filippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Simon en Thaddeüs; Linus, Cletus, Clemens, Sixtus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Johannes en Paulus, Cosmas en Damianus, en van al uw heiligen. Geef ons door hun verdiensten en gebeden in alles gesterkt te worden door uw beschermende hulp.

Latijn

Per eúndem Christum Dóminum nostrum.

Nederlands

Door dezelfde Christus, onze Heer.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Hanc ígitur oblatiónem servitútis nostræ, sed et cunctæ famíliæ tuæ, quǽsumus, Dómine, ut placátus accípias: diésque nostros in tua pace dispónas, atque ab ætérna damnatióne nos éripi, et in electórum tuórum júbeas grege numerári.

Nederlands

Deze offergave van onze dienst en van heel uw huisgezin, wil die, zo bidden wij U, Heer, genadig aannemen. Orden onze dagen in uw vrede, bevrijd ons van de eeuwige verdoemenis en laat ons geteld worden onder de kudde van uw uitverkorenen.

Latijn

Per Christum, Dóminum nostrum.

Nederlands

Door Christus, onze Heer.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Quam oblatiónem tu, Deus, in ómnibus, quǽsumus, benedíctam, adscríptam, ratam, rationábilem, acceptabilémque fácere dignéris: ut nobis Corpus et Sanguis fiat dilectíssimi Fílii tui, Dómini nostri Jesu Christi.

Nederlands

Deze offerande, God, vragen wij U in alles, te zegenen, te aanvaarden, te bekrachtigen, redelijk en welgevallig te maken: opdat zij voor ons het Lichaam en Bloed worde van uw zeer geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus.

Latijn

Qui, prídie quam paterétur, accépit panem in sanctas ac venerábiles manus suas, et elevátis óculis in cælum ad te Deum, Patrem suum omnipoténtem, tibi grátias agens, benedíxit, fregit, dedítque discípulis suis, dicens: Accípite et manducáte ex hoc omnes: HOC EST ENIM CORPUS MEUM.

Nederlands

Die, op de avond vóór Hij leed, nam Hij het brood in zijn heilige en eerbiedwaardige handen, en terwijl Hij zijn ogen naar de hemel verhief, tot U, God, zijn almachtige Vader, bracht Hij U dank, zegende het, brak het en gaf het aan zijn leerlingen, terwijl Hij zei: Neemt en eet hiervan, gij allen: DIT IS MIJN LICHAAM.

Latijn

Símili modo, postquam cenátum est, accípiens et hunc præclárum Cálicem in sanctas ac venerábiles manus suas, item tibi grátias agens, benedíxit, dedítque discípulis suis, dicens: Accípite et bíbite ex eo omnes: HIC EST ENIM CALIX SÁNGUINIS MEI, NOVI ET ÆTÉRNI TESTAMÉNTI, MYSTÉRIUM FÍDEI, QUI PRO VOBIS ET PRO MULTIS EFFUNDÉTUR IN REMISSIÓNEM PECCATÓRUM.

Nederlands

Op gelijke wijze, nadat de maaltijd was gehouden, nam Hij ook deze voortreffelijke kelk in zijn heilige en eerbiedwaardige handen, en opnieuw dankend aan U, zegende Hij hem, en gaf hem aan zijn leerlingen, zeggend: Neemt en drinkt hier allen uit: DIT IS IMMERS DE KELK VAN MIJN BLOED, VAN HET NIEUWE EN EEUWIGE VERBOND, HET MYSTERIE VAN HET GELOOF, DAT VOOR U EN VOOR VELEN VERGOTEN ZAL WORDEN TOT VERGEVING VAN DE ZONDEN.

Latijn

Hæc quotiescúmque fecéritis, in mei memóriam faciétis.

Nederlands

Zo vaak gij dit doet, doet gij het tot mijn gedachtenis.

Latijn

Unde et mémores, Dómine, nos servi tui, sed et plebs tua sancta, ejúsdem Christi Fílii tui, Dómini nostri, tam beátæ passiónis, nec non et ab ínferis resurrectiónis, sed et in cælos gloriósæ ascensiónis: offérimus præcláræ majestáti tuæ de tuis donis ac datis, Hóstiam † puram, Hóstiam † sanctam, Hóstiam † immaculátam, Panem † sanctum vitæ ætérnæ, et Cálicem † salútis perpétuæ.

Nederlands

Daarom, Heer, gedenken wij, uw dienaren en ook uw heilig volk, het zalige lijden van dezelfde Christus, uw Zoon, onze Heer, zijn verrijzenis uit de doden en zijn glorierijke hemelvaart. Aan uw verheven majesteit bieden wij uit uw eigen gaven en geschenken een zuiver † offer, een heilig † offer, een onbevlekt † offer, het heilig † brood van het eeuwige leven en de kelk † van het blijvende heil aan.

Latijn

Supra quæ propítio ac seréno vultu respícere dignéris: et accépta habére, sicúti accépta habére dignátus es múnera púeri tui justi Abel, et sacrifícium Patriárchæ nostri Abrahæ: et quod tibi óbtulit summus sacérdos tuus Melchísedech, sanctum sacrifícium, immaculátam hóstiam.

Nederlands

Wil op deze gaven neerzien met een genadig en welwillend aanschijn en ze aannemen, zoals Gij de gaven van uw rechtvaardige dienaar Abel hebt willen aannemen, het offer van onze aartsvader Abraham en dat wat uw hogepriester Melchisedek U heeft aangeboden: een heilig offer, een onbevlekte offergave.

Latijn

Súpplices te rogámus, omnípotens Deus: jube hæc perférri per manus sancti Angeli tui in sublíme altáre tuum, in conspéctu divínæ majestátis tuæ: ut, quotquot ex hac altáris participatióne sacrosánctum Fílii tui Corpus, et Sánguinem sumpsérimus, omni benedictióne cælésti et grátia repleámur.

Nederlands

Nederig bidden wij U, almachtige God: beveel dat deze gaven door de handen van uw heilige engel naar uw verheven altaar worden gedragen, voor het aanschijn van uw goddelijke majesteit, opdat wij allen die door deelname aan dit altaar het allerheiligste Lichaam en Bloed van uw Zoon ontvangen, vervuld worden van alle hemelse zegen en genade.

Latijn

Per eúndem Christum Dóminum nostrum.

Nederlands

Door dezelfde Christus, onze Heer.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Meménto étiam, Dómine, famulórum famularúmque tuárum N. et N., qui nos præcessérunt cum signo fídei, et dórmiunt in somno pacis. Ipsis, Dómine, et ómnibus in Christo quiescéntibus locum refrigérii, lucis, et pacis, ut indúlgeas, deprecámur.

Nederlands

Gedenk ook, Heer, uw dienaren en dienaressen N. en N., die ons met het teken van het geloof zijn voorgegaan en rusten in de slaap van de vrede. Schenk hun, Heer, en allen die in Christus rusten, zo smeken wij U, een plaats van verkwikking, licht en vrede.

Latijn

Per eúndem Christum Dóminum nostrum.

Nederlands

Door dezelfde Christus, onze Heer.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Nobis quoque peccatóribus fámulis tuis, de multitúdine miseratiónum tuárum sperántibus, partem áliquam et societátem donáre dignéris, cum tuis sanctis Apóstolis et Martýribus: cum Joánne, Stéphano, Matthía, Bárnaba, Ignátio, Alexándro, Marcellíno, Petro, Felicitáte, Perpétua, Agatha, Lúcia, Agnéte, Cæcília, Anastásia, et ómnibus Sanctis tuis: intra quorum nos consórtium, non æstimátor mériti, sed véniæ, quǽsumus, largítor admítte. Per Christum, Dóminum nostrum.

Nederlands

Wil ook ons, zondaars, uw dienaren, die hopen op de overvloed van uw ontferming, enig aandeel en gemeenschap schenken met uw heilige apostelen en martelaren: met Johannes, Stefanus, Matthias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Cecilia, Anastasia en al uw heiligen. Neem ons, zo bidden wij U, op in hun gezelschap, zonder onze verdiensten te wegen, maar door ons vergeving te schenken. Door Christus, onze Heer.

Latijn

Per quem hæc ómnia, Dómine, semper bona creas, sanctíficas, vivíficas, benedícis et præstas nobis.

Nederlands

Door Hem, Heer, schept Gij steeds al deze goede gaven, heiligt ze, schenkt ze leven, zegent ze en geeft ze ons.

Latijn

Per Ipsum, et cum Ipso, et in Ipso, est tibi Deo Patri † omnipoténti, in unitáte Spíritus † Sancti, omnis honor, et glória. Per ómnia sǽcula sæculórum. Amen.

Nederlands

Door Hem en met Hem en in Hem komt U toe, God, almachtige † Vader, in de eenheid van de Heilige † Geest, alle eer en heerlijkheid. In alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Communie

⋯
Latijn

Orémus: Præcéptis salutáribus móniti, et divína institutióne formáti audémus dícere:

Nederlands

Laat ons bidden. Aangespoord door heilzame geboden en gevormd door goddelijk onderricht, durven wij zeggen:

Latijn

Pater noster, qui es in cælis, sanctificétur nomen tuum. Advéniat regnum tuum. Fiat volúntas tua, sicut in cælo et in terra. Panem nostrum quotidiánum da nobis hódie. Et dimítte nobis débita nostra, sicut et nos dimíttimus debitóribus nostris. Et ne nos indúcas in tentatiónem.

Nederlands

Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd. uw Rijk kome. uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring,

Sed líbera nos a malo.

maar verlos ons van het kwade.

Amen.

Amen.

Latijn

Líbera nos, quǽsumus, Dómine, ab ómnibus malis, prætéritis, præséntibus et futúris: et intercedénte beáta et gloriósa semper Vírgine Dei Genetríce María, cum beátis Apóstolis tuis Petro et Paulo, atque Andréa, et ómnibus Sanctis, da propítius pacem in diébus nostris: ut, ope misericórdiæ tuæ adjúti, et a peccáto simus semper líberi et ab omni perturbatióne secúri.

Nederlands

Verlos ons, zo bidden wij U, Heer, van alle kwaad, verleden, heden en toekomst. Schenk ons genadig vrede in onze dagen, op voorspraak van de zalige en glorierijke Maria, altijd Maagd en Moeder van God, samen met uw heilige apostelen Petrus en Paulus, en Andreas, en alle heiligen, opdat wij, geholpen door uw barmhartigheid, steeds vrij van zonde en veilig voor alle verwarring mogen zijn.

Latijn

Per eúndem Dóminum nostrum Jesum Christum, Fílium tuum. Qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti Deus. Per ómnia sǽcula sæculórum.

Nederlands

Door dezelfde Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God. In alle eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

℣. Pax Dómini sit semper vobíscum.

Nederlands

℣. De vrede van de Heer zij altijd met u.

℟. Et cum spíritu tuo.

℟. En met uw geest.

Latijn

Hæc commíxtio, et consecrátio Córporis et Sánguinis Dómini nostri Jesu Christi, fiat accipiéntibus nobis in vitam ætérnam. Amen.

Nederlands

Moge deze vermenging en consecratie van het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus ons, die ze ontvangen, tot eeuwig leven strekken. Amen.

Latijn

Agnus Dei, qui tollis peccáta mundi: miserére nobis. Agnus Dei, qui tollis peccáta mundi: miserére nobis. Agnus Dei, qui tollis peccáta mundi: dona nobis pacem.

Nederlands

Lam Gods, Gij die de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons. Lam Gods, Gij die de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons. Lam Gods, Gij die de zonden van de wereld wegneemt, geef ons de vrede.

Latijn

Dómine Jesu Christe, qui dixísti Apóstolis tuis: Pacem relínquo vobis, pacem meam do vobis: ne respícias peccáta mea, sed fidem Ecclésiæ tuæ; eámque secúndum voluntátem tuam pacificáre et coadunáre dignéris:

Nederlands

Heer Jezus Christus, die tot uw apostelen hebt gezegd: Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u: zie niet op mijn zonden, maar op het geloof van uw Kerk; en wil haar naar uw wil vrede en eenheid schenken.

Latijn

Qui vivis et regnas Deus per ómnia sǽcula sæculórum.

Nederlands

Gij die leeft en heerst, God, in alle eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Dómine Jesu Christe, Fili Dei vivi, qui ex voluntáte Patris, cooperánte Spíritu Sancto, per mortem tuam mundum vivificásti: líbera me per hoc sacrosánctum Corpus et Sánguinem tuum ab ómnibus iniquitátibus meis, et univérsis malis: et fac me tuis semper inhærére mandátis, et a te numquam separári permíttas:

Nederlands

Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, die volgens de wil van de Vader, met de medewerking van de Heilige Geest, door uw dood aan de wereld het leven hebt geschonken: bevrijd mij door dit allerheiligste Lichaam en Bloed van U van al mijn ongerechtigheden en van alle kwaad. Geef dat ik mij steeds aan uw geboden houd en laat mij nooit van U gescheiden worden.

Latijn

Qui cum eódem Deo Patre et Spíritu Sancto vivis et regnas Deus in sǽcula sæculórum.

Nederlands

Gij die met dezelfde God de Vader en de Heilige Geest leeft en heerst, God, in de eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Percéptio Córporis tui, Dómine Jesu Christe, quod ego indígnus súmere præsúmo, non mihi provéniat in judícium et condemnatiónem: sed pro tua pietáte prosit mihi ad tutaméntum mentis et córporis, et ad medélam percipiéndam:

Nederlands

Laat het ontvangen van uw Lichaam, Heer Jezus Christus, dat ik, onwaardige, durf te nuttigen, mij niet tot oordeel en veroordeling strekken. Moge het door uw goedheid dienen tot bescherming van ziel en lichaam en mij genezing brengen.

Latijn

Qui vivis et regnas cum Deo Patre in unitáte Spíritus Sancti Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.

Nederlands

Gij die leeft en heerst met God de Vader in de eenheid van de Heilige Geest, God, in alle eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Panem cæléstem accípiam, et nomen Dómini invocábo.

Nederlands

Ik zal het hemelse brood ontvangen en de naam van de Heer aanroepen.

Latijn

Dómine, non sum dignus, ut intres sub tectum meum: sed tantum dic verbo, et sanábitur ánima mea.

Nederlands

Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.

Dómine, non sum dignus, ut intres sub tectum meum: sed tantum dic verbo, et sanábitur ánima mea.

Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.

Dómine, non sum dignus, ut intres sub tectum meum: sed tantum dic verbo, et sanábitur ánima mea.

Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.

Latijn

Corpus Dómini nostri Jesu Christi custódiat ánimam meam in vitam ætérnam. Amen.

Nederlands

Moge het Lichaam van onze Heer Jezus Christus mijn ziel bewaren voor het eeuwige leven. Amen.

Latijn

Quid retríbuam Dómino pro ómnibus, quæ retríbuit mihi? Cálicem salutáris accípiam, et nomen Dómini invocábo. Laudans invocábo Dóminum, et ab inimícis meis salvus ero.

Nederlands

Wat zal ik de Heer vergelden voor alles wat Hij mij heeft geschonken? Ik zal de kelk van het heil ontvangen en de naam van de Heer aanroepen. Lovend zal ik de Heer aanroepen en ik zal van mijn vijanden gered worden.

Latijn

Sanguis Dómini nostri Jesu Christi custódiat ánimam meam in vitam ætérnam. Amen.

Nederlands

Moge het Bloed van onze Heer Jezus Christus mijn ziel bewaren voor het eeuwige leven. Amen.

Latijn

Ecce Agnus Dei, ecce, qui tollit peccáta mundi.

Nederlands

Zie het Lam Gods, zie Hem die de zonden van de wereld wegneemt.

Latijn

Dómine, non sum dignus, ut intres sub tectum meum: sed tantum dic verbo, et sanábitur ánima mea.

Nederlands

Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.

Dómine, non sum dignus, ut intres sub tectum meum: sed tantum dic verbo, et sanábitur ánima mea.

Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.

Dómine, non sum dignus, ut intres sub tectum meum: sed tantum dic verbo, et sanábitur ánima mea.

Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.

Latijn

Corpus Dómini nostri Jesu Christi custódiat ánimam tuam in vitam ætérnam. Amen.

Nederlands

Moge het Lichaam van onze Heer Jezus Christus uw ziel bewaren voor het eeuwige leven. Amen.

Latijn

Quod ore súmpsimus, Dómine, pura mente capiámus: et de múnere temporáli fiat nobis remédium sempitérnum.

Nederlands

Laat ons, Heer, met een zuiver hart opnemen wat wij met de mond hebben ontvangen, en laat deze tijdelijke gave voor ons een geneesmiddel voor de eeuwigheid worden.

Latijn

Corpus tuum, Dómine, quod sumpsi, et Sanguis, quem potávi, adhǽreat viscéribus meis: et præsta; ut in me non remáneat scélerum mácula, quem pura et sancta refecérunt sacraménta:

Nederlands

Moge uw Lichaam, Heer, dat ik heb ontvangen, en uw Bloed, dat ik heb gedronken, diep in mij blijven. Geef dat er geen smet van zonde in mij achterblijft, nu deze zuivere en heilige sacramenten mij hebben gesterkt.

Latijn

Qui vivis et regnas in sǽcula sæculórum.

Nederlands

Gij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Latijn

Qui bíberit aquam, quam ego dabo ei, dicit Dóminus, fiet in eo fons aquæ saliéntis in vitam ætérnam.

Nederlands

Wie het water drinkt, dat Ik hem geef, zegt de Heer, in hem zal een bron ontstaan, die tot eeuwig leven ontspringt.

Slotgebed

⋯
Latijn

℣. Dóminus vobíscum.

Nederlands

℣. De Heer zij met u.

℟. Et cum spíritu tuo.

℟. En met uw geest.

℣. Orémus.

℣. Laat ons bidden.

Latijn

Hujus nos, Dómine, percéptio sacraménti mundet a crimine: et ad cœléstia regna perdúcat.

Nederlands

Heer, laat het ontvangen van dit sacrament ons van zonden zuiveren en tot het hemelrijk leiden.

Latijn

Per Dóminum nostrum Jesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.

Nederlands

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Gebed over het volk

⋯
Latijn

Orémus. Humiliáte cápita vestra Deo. Præsta, quǽsumus, omnípotens Deus: ut, qui in tua protectióne confídimus, cuncta nobis adversántia, te adjuvánte, vincámus.

Nederlands

Laat ons bidden. Buigt nederig uw hoofd voor God. Wij vragen U, almachtige God, laat ons, die op uw bescherming vertrouwen, al wat ons in de weg treedt, met uw hulp mogen overwinnen.

Latijn

Per Dóminum nostrum Jesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.

Nederlands

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

Latijn

Amen.

Nederlands

Amen.

Wegzending

⋯
Latijn

℣. Dóminus vobíscum.

Nederlands

℣. De Heer zij met u.

℟. Et cum spíritu tuo.

℟. En met uw geest.

Latijn

℣. Ite, missa est.

Nederlands

℣. Gaat, de Mis is geëindigd.

℟. Deo grátias.

℟. Wij danken God.

Latijn

Pláceat tibi, sancta Trínitas, obséquium servitútis meæ: et præsta, ut sacrifícium, quod óculis tuæ majestátis indígnus óbtuli, tibi sit acceptábile, mihíque et ómnibus, pro quibus illud óbtuli, sit, te miseránte, propitiábile. Per Christum, Dóminum nostrum. Amen.

Nederlands

Moge het U behagen, heilige Drieëenheid, de dienst van mijn toewijding; en geef dat het offer, dat ik, onwaardig, voor uw majesteit heb opgedragen, voor U aanvaardbaar zij, en voor mij en allen, voor wie ik het heb opgedragen, door uw barmhartigheid, verzoenend moge zijn. Door Christus, onze Heer. Amen.

Latijn

℣. Benedícat vos omnípotens Deus, Pater, et Fílius, ✝ et Spíritus Sanctus.

Nederlands

℣. Moge de almachtige God u zegenen, de Vader, en de Zoon, ✝ en de Heilige Geest.

℟. Amen.

℟. Amen.

Laatste evangelie

⋯
Latijn

℣. Dóminus vobíscum.

Nederlands

℣. De Heer zij met u.

℟. Et cum spíritu tuo.

℟. En met uw geest.

Latijn

℣. Inítium sancti Evangélii secúndum Joánnem.

Nederlands

℣. Begin van het heilig Evangelie volgens Johannes.

℟. Glória tibi, Dómine.

℟. Eer zij U, Heer.

jo 1,1–2
Latijn

In princípio erat Verbum, et Verbum erat apud Deum, et Deus erat Verbum. Hoc erat in princípio apud Deum.

Nederlands

In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in het begin bij God.

jo 1,3–5
Latijn

Ómnia per ipsum facta sunt: et sine ipso factum est nihil, quod factum est. In ipso vita erat, et vita erat lux hóminum: et lux in ténebris lucet, et ténebræ eam non comprehendérunt.

Nederlands

Alles is door Hem geworden, en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was het leven, en het leven was het licht van de mensen; en het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet gegrepen.

jo 1,6–8
Latijn

Fuit homo missus a Deo, cui nomen erat Joánnes. Hic venit in testimónium, ut testimónium perhibéret de lúmine, ut omnes créderent per illum. Non erat ille lux, sed ut testimónium perhibéret de lúmine.

Nederlands

Er was een mens door God gezonden, zijn naam was Johannes. Deze kwam als getuige, om te getuigen van het licht, opdat allen door hem zouden geloven. Hij was niet het licht, maar hij moest getuigen van het licht.

jo 1,9–11
Latijn

Erat lux vera, quæ illúminat omnem hóminem veniéntem in hunc mundum. In mundo erat, et mundus per ipsum factus est, et mundus eum non cognóvit. In própria venit, et sui eum non recepérunt.

Nederlands

Het was het ware licht, dat ieder mens verlicht die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, maar de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet ontvangen.

jo 1,12–13
Latijn

Quotquot autem recepérunt eum, dedit eis potestátem fílios Dei fíeri, his, qui credunt in nómine ejus: qui non ex sanguínibus, neque ex voluntáte carnis, neque ex voluntáte viri, sed ex Deo nati sunt.

Nederlands

Maar allen die Hem hebben aangenomen, heeft Hij de macht gegeven kinderen van God te worden, aan hen die geloven in zijn Naam: die niet uit bloed, noch uit begeerte van het vlees, noch uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.

jo 1,14–14
Latijn

ET VERBUM CARO FACTUM EST, et habitávit in nobis: et vídimus glóriam ejus, glóriam quasi Unigéniti a Patre, plenum grátiæ et veritátis. ℟. Deo grátias.

Nederlands

En het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons gewoond; en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, de heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid. ℟. Wij danken God.