2 Samuel · 10

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Factum est autem post hæc ut moreretur rex filiorum Ammon, et regnavit Hanon filius ejus pro eo.

Nederlands

En het gebeurde daarna dat de koning van de Ammonieten stierf, en zijn zoon Hanon regeerde in zijn plaats.

2
Latijn

Dixitque David : Faciam misericordiam cum Hanon filio Naas, sicut fecit pater ejus mecum misericordiam. Misit ergo David, consolans eum per servos suos super patris interitu. Cum autem venissent servi David in terram filiorum Ammon,

Nederlands

En David zei: Ik zal barmhartigheid bewijzen aan Hanon, de zoon van Naäs, zoals zijn vader mij barmhartigheid heeft bewezen. Daarom zond David, om hem te troosten over de dood van zijn vader, door middel van zijn dienaren. Toen de dienaren van David in het land van de Ammonieten waren gekomen,

3
Latijn

dixerunt principes filiorum Ammon ad Hanon dominum suum : Putas quod propter honorem patris tui miserit David ad te consolatores, et non ideo ut investigaret, et exploraret civitatem, et everteret eam, misit David servos suos ad te ?

Nederlands

zeiden de aanvoerders van de Ammonieten tot Hanon, hun heer: Denkt u dat David om de eer van uw vader troosters naar u heeft gezonden, en niet veeleer om de stad te onderzoeken en te verkennen en haar omver te werpen, heeft David zijn dienaren naar u gezonden?

4
Latijn

Tulit itaque Hanon servos David, rasitque dimidiam partem barbæ eorum et præscidit vestes eorum medias usque ad nates, et dimisit eos.

Nederlands

Daarop nam Hanon de dienaren van David, schoor de helft van hun baard af en sneed hun kleding doormidden tot aan de billen, en liet hen gaan.

5
Latijn

Quod cum nuntiatum esset David, misit in occursum eorum : erant enim viri confusi turpiter valde, et mandavit eis David : Manete in Jericho donec crescat barba vestra, et tunc revertimini.

Nederlands

Toen dit aan David werd gemeld, zond hij hen tegemoet, want de mannen waren zeer schandelijk te schande gemaakt, en David liet hun zeggen: Blijf in Jericho totdat uw baard is gegroeid, en keer dan terug.

6
Latijn

Videntes autem filii Ammon quod injuriam fecissent David, miserunt, et conduxerunt mercede Syrum Rohob, et Syrum Soba, viginti millia peditum, et a rege Maacha mille viros, et ab Istob duodecim millia virorum.

Nederlands

Toen de Ammonieten zagen dat zij David onrecht hadden aangedaan, zonden zij en huurden voor geld de Arameeërs van Bet-Rehob en de Arameeërs van Zoba, twintigduizend voetvolk, en van de koning van Maäka duizend mannen, en van Tob twaalfduizend mannen.

7
Latijn

Quod cum audisset David, misit Joab et omnem exercitum bellatorum.

Nederlands

Toen David dit hoorde, zond hij Joab en het hele leger van strijders.

8
Latijn

Egressi sunt ergo filii Ammon, et direxerunt aciem ante ipsum introitum portæ : Syrus autem Soba, et Rohob, et Istob, et Maacha, seorsum erant in campo.

Nederlands

De Ammonieten trokken dus uit en stelden zich in slagorde op voor de ingang van de poort; maar de Arameeërs van Zoba, Rehob, Tob en Maäka stonden afzonderlijk in het veld.

9
Latijn

Videns igitur Joab quod præparatum esset adversum se prælium et ex adverso et post tergum, elegit ex omnibus electis Israël, et instruxit aciem contra Syrum :

Nederlands

Toen Joab zag dat de strijd tegen hem was voorbereid, zowel van voren als van achteren, koos hij uit alle uitgelezen mannen van Israël en stelde hij een slagorde op tegen de Arameeërs.

10
Latijn

reliquam autem partem populi tradidit Abisai fratri suo, qui direxit aciem adversus filios Ammon.

Nederlands

De rest van het volk gaf hij aan zijn broer Abisai, die een slagorde opstelde tegen de Ammonieten.

11
Latijn

Et ait Joab : Si prævaluerint adversum me Syri, eris mihi in adjutorium : si autem filii Ammon prævaluerint adversum te, auxiliabor tibi.

Nederlands

En Joab zei: Als de Arameeërs sterker blijken dan ik, zul jij mij te hulp komen; maar als de Ammonieten sterker blijken dan jij, zal ik jou te hulp komen.

12
Latijn

Esto vir fortis, et pugnemus pro populo nostro et civitate Dei nostri : Dominus autem faciet quod bonum est in conspectu suo.

Nederlands

Wees moedig, en laten wij strijden voor ons volk en voor de stad van onze God; de Heer echter zal doen wat goed is in zijn ogen.

13
Latijn

Iniit itaque Joab, et populus qui erat cum eo, certamen contra Syros : qui statim fugerunt a facie ejus.

Nederlands

Zo begon Joab, en het volk dat bij hem was, de strijd tegen de Arameeërs; die vluchtten onmiddellijk voor zijn aangezicht.

14
Latijn

Filii autem Ammon videntes quia fugissent Syri, fugerunt et ipsi a facie Abisai, et ingressi sunt civitatem : reversusque est Joab a filiis Ammon, et venit Jerusalem.

Nederlands

Toen de Ammonieten zagen dat de Arameeërs waren gevlucht, vluchtten ook zij voor het aangezicht van Abisai en gingen de stad binnen; en Joab keerde terug van de Ammonieten en kwam in Jeruzalem.

15
Latijn

Videntes igitur Syri quoniam corruissent coram Israël, congregati sunt pariter.

Nederlands

Toen de Arameeërs zagen dat zij voor Israël waren gevallen, verzamelden zij zich gezamenlijk.

16
Latijn

Misitque Adarezer, et eduxit Syros qui erant trans fluvium, et adduxit eorum exercitum : Sobach autem, magister militiæ Adarezer, erat princeps eorum.

Nederlands

En Hadadezer zond en liet de Arameeërs uittrekken die aan de overkant van de rivier waren, en bracht hun leger aan; Sobach echter, de legeroverste van Hadadezer, was hun aanvoerder.

17
Latijn

Quod cum nuntiatum esset David, contraxit omnem Israëlem, et transivit Jordanem, venitque in Helam : et direxerunt aciem Syri ex adverso David, et pugnaverunt contra eum.

Nederlands

Toen dit aan David werd gemeld, riep hij heel Israël bijeen, trok de Jordaan over en kwam in Helam; en de Arameeërs stelden zich in slagorde op tegenover David en streden tegen hem.

18
Latijn

Fugeruntque Syri a facie Israël, et occidit David de Syris septingentos currus, et quadraginta millia equitum : et Sobach principem militiæ percussit, qui statim mortuus est.

Nederlands

En de Arameeërs vluchtten voor het aangezicht van Israël, en David doodde van de Arameeërs zevenhonderd wagens en veertigduizend ruiters; en Sobach, de legeroverste, sloeg hij, die onmiddellijk stierf.

19
Latijn

Videntes autem universi reges qui erant in præsidio Adarezer, se victos esse ab Israël, expaverunt, et fugerunt quinquaginta et octo millia coram Israël. Et fecerunt pacem cum Israël, et servierunt eis : timueruntque Syri auxilium præbere ultra filiis Ammon.

Nederlands

Toen al de koningen die in dienst van Hadadezer waren, zagen dat zij door Israël waren verslagen, werden zij bevreesd en vluchtten achtenvijftigduizend man voor Israël. En zij sloten vrede met Israël en dienden hen; en de Arameeërs vreesden voortaan nog hulp te bieden aan de Ammonieten.