Exodus · 25

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Locutusque est Dominus ad Moysen, dicens :

Nederlands

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

2
Latijn

Loquere filiis Israël, ut tollant mihi primitias : ab omni homine qui offeret ultroneus, accipietis eas.

Nederlands

Spreek tot de Israëlieten, dat zij voor Mij een heffing nemen; van ieder mens die het vrijwillig geeft, zult u die aannemen.

3
Latijn

Hæc sunt autem quæ accipere debeatis : aurum, et argentum, et æs,

Nederlands

Dit is nu wat u van hen moet aannemen: goud, zilver en koper,

4
Latijn

hyacinthum et purpuram, coccumque bis tinctum, et byssum, pilos caprarum,

Nederlands

blauwpurper, roodpurper, scharlaken, fijn linnen en geitenhaar,

5
Latijn

et pelles arietum rubricatas, pellesque janthinas, et ligna setim :

Nederlands

rood geverfde ramshuiden, tachashhuiden en acaciahout,

6
Latijn

oleum ad luminaria concinnanda : aromata in unguentum, et thymiamata boni odoris :

Nederlands

olie voor het licht, specerijen voor de zalfolie en voor het reukwerk van goede geur,

7
Latijn

lapides onychinos, et gemmas ad ornandum ephod, ac rationale.

Nederlands

onyxstenen en edelstenen voor het borstschild en voor de efod.

8
Latijn

Facientque mihi sanctuarium, et habitabo in medio eorum :

Nederlands

En zij moeten voor Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen.

9
Latijn

juxta omnem similitudinem tabernaculi quod ostendam tibi, et omnium vasorum in cultum ejus.

Sicque facietis illud :

Nederlands

Precies naar het patroon van de tabernakel die Ik u zal tonen, en van al zijn voorwerpen voor de dienst, zo moeten jullie het maken. En zo moeten jullie het maken:

10
Latijn

arcam de lignis setim compingite, cujus longitudo habeat duos et semis cubitos : latitudo, cubitum et dimidium : altitudo, cubitum similiter ac semissem.

Nederlands

Maak een ark van acaciahout; de lengte ervan moet twee en een halve el zijn, de breedte anderhalve el, en de hoogte ook anderhalve el.

11
Latijn

Et deaurabis eam auro mundissimo intus et foris : faciesque supra, coronam auream per circuitum :

Nederlands

En u moet haar bekleden met zuiver goud, van binnen en van buiten, en u moet er een gouden rand omheen maken, rondom.

12
Latijn

et quatuor circulos aureos, quos pones per quatuor arcæ angulos : duo circuli sint in latere uno, et duo in altero.

Nederlands

En giet vier gouden ringen en zet ze op de vier hoeken van de ark: twee ringen aan de ene zijde en twee aan de andere zijde.

13
Latijn

Facies quoque vectes de lignis setim, et operies eos auro.

Nederlands

Maak ook draagbomen van acaciahout en bekleed ze met goud.

14
Latijn

Inducesque per circulos qui sunt in arcæ lateribus, ut portetur in eis :

Nederlands

En steek de draagbomen door de ringen die aan de zijkanten van de ark zijn, om haar daarmee te dragen.

15
Latijn

qui semper erunt in circulis, nec umquam extrahentur ab eis.

Nederlands

De draagbomen moeten altijd in de ringen blijven; ze mogen er nooit uitgetrokken worden.

16
Latijn

Ponesque in arca testificationem quam dabo tibi.

Nederlands

En leg in de ark de getuigenis die Ik u zal geven.

17
Latijn

Facies et propitiatorium de auro mundissimo : duos cubitos et dimidium tenebit longitudo ejus, et cubitum ac semissem latitudo.

Nederlands

Maak ook een verzoendeksel van zuiver goud; de lengte ervan moet twee en een halve el zijn, en de breedte anderhalve el.

18
Latijn

Duos quoque cherubim aureos et productiles facies, ex utraque parte oraculi.

Nederlands

Maak ook twee cherubs van gedreven goud; maak ze aan de twee uiteinden van het verzoendeksel.

19
Latijn

Cherub unus sit in latere uno, et alter in altero.

Nederlands

Maak één cherub aan het ene uiteinde en één cherub aan het andere uiteinde; uit het verzoendeksel moet u de cherubs maken, aan de twee uiteinden.

20
Latijn

Utrumque latus propitiatorii tegant expandentes alas, et operientes oraculum, respiciantque se mutuo versis vultibus in propitiatorium quo operienda est arca,

Nederlands

En de cherubs moeten hun vleugels uitspreiden naar boven, het verzoendeksel bedekkend met hun vleugels; hun gezichten moeten naar elkaar toe gericht zijn; de gezichten van de cherubs moeten naar het verzoendeksel gericht zijn.

21
Latijn

in qua pones testimonium quod dabo tibi.

Nederlands

En u moet het verzoendeksel bovenop de ark leggen, en in de ark moet u de getuigenis leggen die Ik u zal geven.

22
Latijn

Inde præcipiam, et loquar ad te supra propitiatorium, ac de medio duorum cherubim, qui erunt super arcam testimonii, cuncta quæ mandabo per te filiis Israël.

Nederlands

En daar zal Ik u ontmoeten, en van boven het verzoendeksel, van tussen de twee cherubs die op de ark van de getuigenis zijn, zal Ik met u spreken over alles wat Ik u voor de Israëlieten zal gebieden.

23
Latijn

Facies et mensam de lignis setim, habentem duos cubitos longitudinis, et in latitudine cubitum, et in altitudine cubitum et semissem.

Nederlands

Maak ook een tafel van acaciahout; de lengte ervan moet twee el zijn, de breedte één el, en de hoogte anderhalve el.

24
Latijn

Et inaurabis eam auro purissimo : faciesque illi labium aureum per circuitum,

Nederlands

En bekleed haar met zuiver goud, en maak er een gouden rand omheen, rondom.

25
Latijn

et ipsi labio coronam interrasilem altam quatuor digitis : et super illam, alteram coronam aureolam.

Nederlands

En maak daaraan een lijst van een handbreedte rondom, en maak aan de lijst een gouden kroon rondom.

26
Latijn

Quatuor quoque circulos aureos præparabis, et pones eis in quatuor angulis ejusdem mensæ per singulos pedes.

Nederlands

Maak ook vier gouden ringen en zet ze op de vier hoeken, op de vier poten van de tafel.

27
Latijn

Subter coronam erunt circuli aurei, ut mittantur vectes per eos, et possit mensa portari.

Nederlands

De ringen moeten dicht bij de lijst zijn, als houders voor de draagbomen, om de tafel te dragen.

28
Latijn

Ipsos quoque vectes facies de lignis setim, et circumdabis auro ad subvehendam mensam.

Nederlands

Maak de draagbomen van acaciahout en bekleed ze met goud, en de tafel moet daarmee gedragen worden.

29
Latijn

Parabis et acetabula, ac phialas, thuribula, et cyathos, in quibus offerenda sunt libamina, ex auro purissimo.

Nederlands

Maak ook de schotels, de kommen, de kruiken en de bekers waarmee plengoffers worden uitgegoten; maak ze van zuiver goud.

30
Latijn

Et pones super mensam panes propositionis in conspectu meo semper.

Nederlands

En zet op de tafel het toonbrood voor Mijn aangezicht, altijd.

31
Latijn

Facies et candelabrum ductile de auro mundissimo, hastile ejus, et calamos, scyphos, et sphærulas, ac lilia ex ipso procedentia.

Nederlands

Maak ook een kandelaar van zuiver goud; van gedreven werk moet de kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, zijn armen, zijn bloemkelken, zijn knoppen en zijn bloemen moeten eruit voortkomen.

32
Latijn

Sex calami egredientur de lateribus, tres ex uno latere, et tres ex altero.

Nederlands

En zes armen moeten uit zijn zijkanten komen: drie armen van de kandelaar uit de ene zijde, en drie armen van de kandelaar uit de andere zijde.

33
Latijn

Tres scyphi quasi in nucis modum per calamos singulos, sphærulaque simul, et lilium : et tres similiter scyphi instar nucis in calamo altero, sphærulaque simul et lilium. Hoc erit opus sex calamorum, qui producendi sunt de hastili :

Nederlands

Drie kelken, amandelvormig, aan de ene arm, met een knop en een bloem, en drie kelken, amandelvormig, aan de andere arm, met een knop en een bloem; zo moet het zijn voor de zes armen die uit de kandelaar komen.

34
Latijn

in ipso autem candelabro erunt quatuor scyphi in nucis modum, sphærulæque per singulos, et lilia.

Nederlands

En aan de kandelaar zelf moeten vier kelken zijn, amandelvormig, met zijn knoppen en zijn bloemen.

35
Latijn

Sphærulæ sub duobus calamis per tria loca, qui simul sex fiunt procedentes de hastili uno.

Nederlands

En een knop onder de twee armen, en nog een knop onder de twee armen, en nog een knop onder de twee armen, voor de zes armen die uit de kandelaar komen.

36
Latijn

Et sphærulæ igitur et calami ex ipso erunt, universa ductilia de auro purissimo.

Nederlands

Hun knoppen en hun armen moeten uit de kandelaar zelf komen; het geheel moet één gedreven werk van zuiver goud zijn.

37
Latijn

Facies et lucernas septem, et pones eas super candelabrum, ut luceant ex adverso.

Nederlands

Maak ook zeven lampen en zet ze bovenop de kandelaar, zodat ze licht geven aan de voorkant.

38
Latijn

Emunctoria quoque, et ubi quæ emuncta sunt extinguantur, fiant de auro purissimo.

Nederlands

En de snuiters en de vuurpannen moeten van zuiver goud zijn.

39
Latijn

Omne pondus candelabri cum universis vasis suis habebit talentum auri purissimi.

Nederlands

Het geheel van de kandelaar met al zijn voorwerpen moet één talent zuiver goud wegen.

40
Latijn

Inspice, et fac secundum exemplar quod tibi in monte monstratum est.

Nederlands

Let erop dat u het maakt naar het patroon dat u op de berg getoond is.