Jeremia · 36

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Et factum est in anno quarto Joakim filii Josiæ regis Juda, factum est verbum hoc ad Jeremiam a Domino, dicens :

Nederlands

En het gebeurde in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, dit woord kwam tot Jeremia van de Heer, zeggende:

2
Latijn

Tolle volumen libri, et scribes in eo omnia verba quæ locutus sum tibi adversum Israël et Judam, et adversum omnes gentes, a die qua locutus sum ad te ex diebus Josiæ usque ad diem hanc :

Nederlands

Neem een boekrol, en schrijf daarin al de woorden die Ik tot jou gesproken heb tegen Israël en Juda, en tegen al de volken, vanaf de dag dat Ik tot jou sprak, vanaf de dagen van Josia tot op deze dag:

3
Latijn

si forte, audiente domo Juda universa mala quæ ego cogito facere eis, revertatur unusquisque a via sua pessima, et propitius ero iniquitati et peccato eorum.

Nederlands

misschien, als het huis van Juda al het kwaad hoort dat Ik van plan ben hun te doen, zal ieder terugkeren van zijn slechte weg, en Ik zal genadig zijn voor hun ongerechtigheid en hun zonde.

4
Latijn

Vocavit ergo Jeremias Baruch filium Neriæ : et scripsit Baruch ex ore Jeremiæ omnes sermones Domini quos locutus est ad eum, in volumine libri :

Nederlands

Daarom riep Jeremia Baruch, de zoon van Neria; en Baruch schreef uit de mond van Jeremia al de woorden van de Heer die Hij tot hem gesproken had, in een boekrol:

5
Latijn

et præcepit Jeremias Baruch, dicens : Ego clausus sum, nec valeo ingredi domum Domini.

Nederlands

en Jeremia beval Baruch, zeggende: Ik ben opgesloten, en ik kan niet naar het huis van de Heer gaan.

6
Latijn

Ingredere ergo tu, et lege de volumine in quo scripsisti ex ore meo verba Domini, audiente populo in domo Domini, in die jejunii : insuper et audiente universo Juda qui veniunt de civitatibus suis, leges eis,

Nederlands

Ga dus jij, en lees uit de rol waarin je uit mijn mond de woorden van de Heer geschreven hebt, ten aanhoren van het volk in het huis van de Heer, op de dag van het vasten; bovendien zul je ze lezen ten aanhoren van heel Juda dat uit zijn steden komt,

7
Latijn

si forte cadat oratio eorum in conspectu Domini, et revertatur unusquisque a via sua pessima : quoniam magnus furor et indignatio est quam locutus est Dominus adversus populum hunc.

Nederlands

misschien zal hun gebed neerdalen voor het aangezicht van de Heer, en zal ieder terugkeren van zijn slechte weg; want groot is de grimmigheid en de toorn die de Heer gesproken heeft tegen dit volk.

8
Latijn

Et fecit Baruch filius Neriæ juxta omnia quæ præceperat ei Jeremias propheta, legens ex volumine sermones Domini in domo Domini.

Nederlands

En Baruch, de zoon van Neria, deed naar alles wat de profeet Jeremia hem bevolen had, lezend uit de rol de woorden van de Heer in het huis van de Heer.

9
Latijn

Factum est autem in anno quinto Joakim filii Josiæ regis Juda, in mense nono : prædicaverunt jejunium in conspectu Domini omni populo in Jerusalem, et universæ multitudini quæ confluxerat de civitatibus Juda in Jerusalem.

Nederlands

En het gebeurde in het vijfde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, in de negende maand: zij riepen een vasten uit voor het aangezicht van de Heer voor heel het volk in Jeruzalem, en voor heel de menigte die uit de steden van Juda naar Jeruzalem was samengekomen.

10
Latijn

Legitque Baruch ex volumine sermones Jeremiæ in domo Domini, in gazophylacio Gamariæ filii Saphan scribæ, in vestibulo superiori, in introitu portæ novæ domus Domini, audiente omni populo.

Nederlands

En Baruch las uit de rol de woorden van Jeremia in het huis van de Heer, in de schatkamer van Gamaria, de zoon van Safan, de schrijver, in de bovenste voorhof, bij de ingang van de nieuwe poort van het huis van de Heer, ten aanhoren van heel het volk.

11
Latijn

Cumque audisset Michæas filius Gamariæ filii Saphan omnes sermones Domini ex libro,

Nederlands

En toen Micha, de zoon van Gamaria, de zoon van Safan, al de woorden van de Heer uit het boek gehoord had,

12
Latijn

descendit in domum regis, ad gazophylacium scribæ, et ecce ibi omnes principes sedebant : Elisama scriba, et Dalaias filius Semeiæ, et Elnathan filius Achobor, et Gamarias filius Saphan, et Sedecias filius Hananiæ, et universi principes :

Nederlands

daalde hij af naar het huis van de koning, naar de schatkamer van de schrijver, en zie, daar zaten al de vorsten: Elisama de schrijver, en Delaja, de zoon van Semaja, en Elnathan, de zoon van Achbor, en Gamaria, de zoon van Safan, en Zedekia, de zoon van Hananja, en al de vorsten:

13
Latijn

et nuntiavit eis Michæas omnia verba quæ audivit, legente Baruch ex volumine in auribus populi.

Nederlands

en Micha verkondigde hun al de woorden die hij gehoord had, terwijl Baruch uit de rol las ten aanhoren van het volk.

14
Latijn

Miserunt itaque omnes principes ad Baruch Judi filium Nathaniæ filii Selemiæ filii Chusi, dicentes : Volumen ex quo legisti, audiente populo, sume in manu tua, et veni. Tulit ergo Baruch filius Neriæ volumen in manu sua, et venit ad eos :

Nederlands

Toen stuurden al de vorsten naar Baruch Jehudi, de zoon van Netanja, de zoon van Selemja, de zoon van Chusi, zeggende: De rol waaruit je gelezen hebt ten aanhoren van het volk, neem die in je hand, en kom. En Baruch, de zoon van Neria, nam de rol in zijn hand, en kwam naar hen toe:

15
Latijn

et dixerunt ad eum : Sede, et lege hæc in auribus nostris. Et legit Baruch in auribus eorum.

Nederlands

en zij zeiden tot hem: Ga zitten, en lees dit ten aanhoren van ons. En Baruch las ten aanhoren van hen.

16
Latijn

Igitur cum audissent omnia verba, obstupuerunt unusquisque ad proximum suum, et dixerunt ad Baruch : Nuntiare debemus regi omnes sermones istos.

Nederlands

En toen zij al de woorden gehoord hadden, keken zij elkaar verschrikt aan, en zeiden tot Baruch: Wij moeten de koning al deze woorden melden.

17
Latijn

Et interrogaverunt eum, dicentes : Indica nobis quomodo scripsisti omnes sermones istos ex ore ejus.

Nederlands

En zij ondervroegen hem, zeggende: Vertel ons hoe je al deze woorden uit zijn mond geschreven hebt.

18
Latijn

Dixit autem eis Baruch : Ex ore suo loquebatur quasi legens ad me omnes sermones istos, et ego scribebam in volumine atramento.

Nederlands

En Baruch zei tot hen: Uit zijn mond sprak hij als lezend tot mij al deze woorden, en ik schreef ze in de rol met inkt.

19
Latijn

Et dixerunt principes ad Baruch : Vade, et abscondere, tu et Jeremias, et nemo sciat ubi sitis.

Nederlands

En de vorsten zeiden tot Baruch: Ga, en verberg je, jij en Jeremia, en laat niemand weten waar jullie zijn.

20
Latijn

Et ingressi sunt ad regem in atrium : porro volumen commendaverunt in gazophylacio Elisamæ scribæ, et nuntiaverunt, audiente rege, omnes sermones.

Nederlands

En zij gingen naar de koning in de voorhof; maar de rol legden zij weg in de schatkamer van Elisama, de schrijver, en zij meldden ten aanhoren van de koning al de woorden.

21
Latijn

Misitque rex Judi ut sumeret volumen : qui tollens illud de gazophylacio Elisamæ scribæ, legit, audiente rege et universis principibus qui stabant circa regem.

Nederlands

En de koning stuurde Jehudi om de rol te nemen; en die nam hem uit de schatkamer van Elisama, de schrijver, en las ten aanhoren van de koning en van al de vorsten die rond de koning stonden.

22
Latijn

Rex autem sedebat in domo hiemali, in mense nono, et posita erat arula coram eo plena prunis.

Nederlands

En de koning zat in het winterhuis, in de negende maand, en er stond een vuurpot voor hem, vol gloeiende kolen.

23
Latijn

Cumque legisset Judi tres pagellas vel quatuor, scidit illud scalpello scribæ, et projecit in ignem qui erat super arulam, donec consumeretur omne volumen igni qui erat in arula.

Nederlands

En toen Jehudi drie of vier kolommen gelezen had, sneed hij het af met het mes van de schrijver, en wierp het in het vuur dat op de vuurpot was, totdat de hele rol verteerd was door het vuur dat op de vuurpot was.

24
Latijn

Et non timuerunt, neque sciderunt vestimenta sua, rex et omnes servi ejus qui audierunt universos sermones istos.

Nederlands

En zij waren niet bang, en scheurden hun kleren niet, de koning en al zijn dienaren die al deze woorden gehoord hadden.

25
Latijn

Verumtamen Elnathan, et Dalaias, et Gamarias, contradixerunt regi, ne combureret librum : et non audivit eos.

Nederlands

Maar toch, Elnathan, en Delaja, en Gamaria, drongen bij de koning aan dat hij het boek niet zou verbranden; en hij luisterde niet naar hen.

26
Latijn

Et præcepit rex Jeremiel filio Amelech, et Saraiæ filio Ezriel, et Selemiæ filio Abdeel, ut comprehenderent Baruch scribam, et Jeremiam prophetam : abscondit autem eos Dominus.

Nederlands

En de koning beval Jerachmeël, de zoon van Amelech, en Seraja, de zoon van Ezriël, en Selemja, de zoon van Abdeël, om Baruch, de schrijver, en Jeremia, de profeet, te grijpen; maar de Heer verborg hen.

27
Latijn

Et factum est verbum Domini ad Jeremiam prophetam, postquam combusserat rex volumen et sermones quos scripserat Baruch ex ore Jeremiæ, dicens :

Nederlands

En het woord van de Heer kwam tot Jeremia, de profeet, nadat de koning de rol en de woorden die Baruch uit de mond van Jeremia geschreven had, verbrand had, zeggende:

28
Latijn

Rursum tolle volumen aliud, et scribe in eo omnes sermones priores qui erant in primo volumine, quod combussit Joakim rex Juda.

Nederlands

Neem opnieuw een andere rol, en schrijf daarin al de vorige woorden die in de eerste rol stonden, die Jojakim, de koning van Juda, verbrand heeft.

29
Latijn

Et ad Joakim regem Juda dices : Hæc dicit Dominus : Tu combussisti volumen illud, dicens : Quare scripsisti in eo annuntians : Festinus veniet rex Babylonis, et vastabit terram hanc, et cessare faciet ex illa hominem et jumentum ?

Nederlands

En tegen Jojakim, de koning van Juda, zul je zeggen: Zo zegt de Heer: Jij hebt die rol verbrand, zeggende: Waarom heb je daarin geschreven, aankondigend: Haastig zal de koning van Babylon komen, en dit land verwoesten, en zal uit het mens en dier doen ophouden?

30
Latijn

Propterea hæc dicit Dominus contra Joakim regem Juda : Non erit ex eo qui sedeat super solium David : et cadaver ejus projicietur ad æstum per diem, et ad gelu per noctem.

Nederlands

Daarom zegt de Heer zo tegen Jojakim, de koning van Juda: Er zal uit hem niemand zijn die op de troon van David zit; en zijn lijk zal geworpen worden aan de hitte overdag, en aan de kou 's nachts.

31
Latijn

Et visitabo contra eum, et contra semen ejus, et contra servos ejus, iniquitates suas : et adducam super eos, et super habitatores Jerusalem, et super viros Juda, omne malum quod locutus sum ad eos, et non audierunt.

Nederlands

En Ik zal tegen hem, en tegen zijn nageslacht, en tegen zijn dienaren, hun ongerechtigheden bezoeken; en Ik zal over hen, en over de inwoners van Jeruzalem, en over de mannen van Juda, al het kwaad brengen dat Ik tot hen gesproken heb, en zij hebben niet gehoord.

32
Latijn

Jeremias autem tulit volumen aliud, et dedit illud Baruch filio Neriæ scribæ : qui scripsit in eo ex ore Jeremiæ omnes sermones libri quem combusserat Joakim rex Juda igni : et insuper additi sunt sermones multo plures quam antea fuerant.

Nederlands

En Jeremia nam een andere rol, en gaf die aan Baruch, de zoon van Neria, de schrijver; en die schreef daarin uit de mond van Jeremia al de woorden van het boek dat Jojakim, de koning van Juda, met vuur verbrand had; en bovendien werden er veel meer woorden toegevoegd dan er eerst geweest waren.