Romeinen · 14

Tekstweergave
Tekstweergave
Lettergrootte
18 px

Verzen

⋯
1
Latijn

Infirmum autem in fide assumite, non in disceptationibus cogitationum.

Nederlands

Neem de zwakke in het geloof aan, niet om over zijn gedachten te redetwisten.

2
Latijn

Alius enim credit se manducare omnia : qui autem infirmus est, olus manducet.

Nederlands

De een gelooft dat hij alles mag eten; wie echter zwak is, eet groente.

3
Latijn

Is qui manducat, non manducantem non spernat : et qui non manducat, manducantem non judicet : Deus enim illum assumpsit.

Nederlands

Wie eet, moet hem die niet eet niet verachten; en wie niet eet, moet hem die eet niet oordelen: God heeft hem immers aangenomen.

4
Latijn

Tu quis es, qui judicas alienum servum ? domino suo stat, aut cadit : stabit autem : potens est enim Deus statuere illum.

Nederlands

Wie bent u, dat u een dienaar van een ander oordeelt? Voor zijn eigen heer staat hij of valt hij; hij zal echter staande blijven, want de Heer is machtig hem staande te houden.

5
Latijn

Nam alius judicat diem inter diem : alius autem judicat omnem diem : unusquisque in suo sensu abundet.

Nederlands

De een oordeelt de ene dag boven de andere; een ander oordeelt elke dag gelijk; laat ieder in zijn eigen overtuiging volkomen zeker zijn.

6
Latijn

Qui sapit diem, Domino sapit, et qui manducat, Domino manducat : gratias enim agit Deo. Et qui non manducat, Domino non manducat, et gratias agit Deo.

Nederlands

Wie de dag in acht neemt, neemt die in acht voor de Heer; en wie eet, eet voor de Heer, want hij dankt God. En wie niet eet, eet niet voor de Heer en dankt God.

7
Latijn

Nemo enim nostrum sibi vivit, et nemo sibi moritur.

Nederlands

Niemand van ons leeft immers voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf.

8
Latijn

Sive enim vivemus, Domino vivimus : sive morimur, Domino morimur. Sive ergo vivimus, sive morimur, Domini sumus.

Nederlands

Want als wij leven, leven wij voor de Heer; en als wij sterven, sterven wij voor de Heer. Of wij dus leven of sterven, wij zijn van de Heer.

9
Latijn

In hoc enim Christus mortuus est, et resurrexit : ut et mortuorum et vivorum dominetur.

Nederlands

Want daartoe is Christus gestorven en opgestaan: om zowel over doden als over levenden te heersen.

10
Latijn

Tu autem quid judicas fratrem tuum ? aut tu quare spernis fratrem tuum ? omnes enim stabimus ante tribunal Christi.

Nederlands

Maar u, waarom oordeelt u uw broeder? Of u, waarom veracht u uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus staan.

11
Latijn

Scriptum est enim : Vivo ego, dicit Dominus, quoniam mihi flectetur omne genu : et omnis lingua confitebitur Deo.

Nederlands

Er staat immers geschreven: Zo waar Ik leef, zegt de Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God belijden.

12
Latijn

Itaque unusquisque nostrum pro se rationem reddet Deo.

Nederlands

Zo zal dus ieder van ons voor zichzelf rekenschap afleggen aan God.

13
Latijn

Non ergo amplius invicem judicemus : sed hoc judicate magis, ne ponatis offendiculum fratri, vel scandalum.

Nederlands

Laten wij elkaar dus niet langer oordelen, maar oordeel liever dit: dat u uw broeder geen aanstoot of struikelblok voorlegt.

14
Latijn

Scio, et confido in Domino Jesu, quia nihil commune per ipsum, nisi ei qui existimat quid commune esset, illi commune est.

Nederlands

Ik weet en ben overtuigd in de Heer Jezus, dat niets op zichzelf onrein is; maar voor wie iets als onrein beschouwt, is het onrein.

15
Latijn

Si enim propter cibum frater tuus contristatur, jam non secundum caritatem ambulas. Noli cibo tuo illum perdere, pro quo Christus mortuus est.

Nederlands

Want als uw broeder omwille van voedsel bedroefd wordt, wandelt u niet meer naar de liefde. Laat door uw voedsel niet hem verloren gaan, voor wie Christus gestorven is.

16
Latijn

Non ergo blasphemetur bonum nostrum.

Nederlands

Laat dus niet ons goede gelasterd worden.

17
Latijn

Non est enim regnum Dei esca et potus : sed justitia, et pax, et gaudium in Spiritu Sancto :

Nederlands

Want het koninkrijk van God is geen eten en drinken, maar gerechtigheid, vrede en vreugde in de Heilige Geest.

18
Latijn

qui enim in hoc servit Christo, placet Deo, et probatus est hominibus.

Nederlands

Wie daarin Christus dient, is God welgevallig en bij de mensen beproefd.

19
Latijn

Itaque quæ pacis sunt, sectemur : et quæ ædificationis sunt, in invicem custodiamus.

Nederlands

Laten wij dus najagen wat tot de vrede strekt, en wat tot opbouw strekt, laten wij dat onder elkaar bewaren.

20
Latijn

Noli propter escam destruere opus Dei, omnia quidem sunt munda : sed malum est homini, qui per offendiculum manducat.

Nederlands

Breek omwille van voedsel het werk van God niet af. Alles is wel rein, maar het is kwaad voor de mens die met aanstoot eet.

21
Latijn

Bonum est non manducare carnem, et non bibere vinum, neque in quo frater tuus offenditur, aut scandalizatur, aut infirmatur.

Nederlands

Het is goed geen vlees te eten en geen wijn te drinken, noch iets waarin uw broeder zich stoot, of ergert, of zwak wordt.

22
Latijn

Tu fidem habes ? penes temetipsum habe coram Deo. Beatus qui non judicat semetipsum in eo quod probat.

Nederlands

Hebt u geloof? Houd dat voor uzelf voor God. Gelukkig wie zichzelf niet oordeelt in wat hij goedkeurt.

23
Latijn

Qui autem discernit, si manducaverit, damnatus est : quia non ex fide. Omne autem, quod non est ex fide, peccatum est.

Nederlands

Wie echter onderscheid maakt, is veroordeeld als hij eet, omdat het niet uit geloof is. En alles wat niet uit geloof is, is zonde.